1. Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een nota
grondbeleid aan. De nota wordt door de raad vastgesteld.
2. In de nota wordt aandacht besteed aan:
a. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de
gemeente;
b. de kaders voor het te voeren grondbeleid;
c. de voorraadverwerving en transformatie naar bouwrijpe grond;
d. de uitgifte van gronden en grondprijzen.
3. Bij de programmabegroting en de gemeenterekening wordt ingegaan op
de uitvoering van de nota grondbeleid en met name op de belangrijkste
financiële ontwikkelingen, zoals de actuele en prognose van de te
verwachten resultaten van de totale grondexploitatie.
Titeldeel 4
Artikel 18