Het college draagt er zorg voor dat:
1. de inrichting en de werking van de financiële administratie voldoet
aan het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten en
andere relevante wet- en regelgeving;
2. de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de provincie en
de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen die specifieke
verantwoordingsverplichtingen opleggen aan gemeenten.
3. de administratie zodanig van opzet en werking is, dat zij in ieder
geval dienstbaar is voor:
a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
gemeente;
b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van
activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut, voorraden,
vorderingen en schulden, enzovoorts;
c. het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor het
maken van kostencalculaties;
d. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie
tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende wet- en
regelgeving;
e. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de
daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle op de
rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen.
Titeldeel 5
Artikel 19