1. De raad autoriseert met het vaststellen van de programmabegroting de
totale lasten en de totale baten per programma en het overzicht algemene
dekkingsmiddelen.
2. Bij de begrotingsbehandeling autoriseert de raad de
vervangingsinvesteringen waarvoor dekking aanwezig is.
3. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling
met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.
3. Gedurende het boekjaar is het aan de raad voorbehouden om
(aanvullend) investeringskredieten beschikbaar te stellen.
4. De raad verleent décharge aan het college aan de hand van de
programmabegroting en de, door de accountant goedgekeurde,
gemeenterekening.
Titeldeel 2
Artikel 6