Naar hoofdinhoud
1. Het college informeert de raad middels een tussentijdse rapportage over de realisatie van de begroting en over de uitputting van de investeringskredieten van de gemeente over de eerste periode van het begrotingsjaar. 2. De inrichting van de tussentijdse rapportage sluit aan bij de programma-indeling van de programmabegroting. In de tussentijdse rapportage worden opmerkelijke financiële (groter dan € 10.000,-) en beleidsmatige verschillen, zowel wat betreft de lasten als de geleverde resultaten, toegelicht. 3. De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s of de beleidsdoelen van de programma’s voor het lopende jaar bijstelling behoeven.

Rechtspraak bij dit artikel