Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1 › Paragraaf 1

Artikel 1.1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten 2006

In deze verordening wordt verstaan onder: a. Wet De Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) (Staatsblad 1993, 545, laatstelijk gewijzigd bij Wet van 27 september 2001, Stb. 2001, 481). b.Voorziening Een woonvoorziening, een vervoervoorziening of een rolstoelvoorziening; c. Woonruimte een woning met uitzondering van kamers die zelfstandig verhuurd worden; een woonwagen op een standplaats als bedoeld in de Woning- en Huisvestingswet; een woonschip op een ligplaats, zijnde een woonschip en een ligplaats als bedoeld in de Huisvestingswet; een verblijf van een binnenschip; d. Woonvoorziening Elke voorziening die verband houdt met een maatregel die gericht is op het opheffen of verminderen van beperkingen die een gehandicapte bij het normale gebruik van zijn woonruimte ondervindt en waarvan de kosten niet meer bedragen dan het in het artikel 5 lid 1 sub a van de Wet genoemde bedrag, met dien verstande dat bij ingrepen van bouwkundige of woontechnische aard in of aan de woonruimte slechts dan een voorziening als woonvoorziening wordt aangemerkt indien de voorziening: gericht is op het opheffen of verminderen van ergonomische beperkingen; of een uitraasruimte betreft, als bedoeld in artikel 1 lid 1 onder e van de Wet; e.Vervoervoorziening Een voorziening die gericht is op het opheffen of verminderen van beperkingen die een gehandicapte bij het vervoer buitenshuis ondervindt; f. Ergonomische belemmering Bouwkundige of woontechnische belemmering, die aantoonbaar in de weg staat bij het normale gebruik van de woonruimte en die rechtstreeks ondervonden wordt als gevolg van lichamelijke functionele beperkingen van de belanghebbende. Eén en ander voor zover de belemmering niet voortvloeit uit de aard van de gebruikte materialen; g.Hoofdverblijf De woonruimte waar de gehandicapte zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en op welk adres hij in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven, dan wel zal zijn ingeschreven dan wel het feitelijke woonadres indien de gehandicapte met een briefadres staat ingeschreven; h.Gemeenschappelijke ruimte(n) Gedeelte(n) van een woongebouw, niet-behorende tot de onderscheiden woonruimten, bestemd en noodzakelijk om de woning van de gehandicapte vanaf de toegang van het woongebouw te bereiken; i.Inkomen Het bruto-inkomen exclusief vakantietoeslag, inclusief de overhevelingstoeslag van de gehandicapte indien deze 18 jaar of ouder is en geen echtgenoot heeft; Het gezamenlijk bruto-inkomen exclusief vakantietoeslag, inclusief de overhevelingstoeslag van de ouders of pleegouders van de gehandicapte indien deze jonger is dan 18 jaar en geen echtgenoot heeft in de zin van artikel 1 lid 2 tot en met 7 van de Wet; Het gezamenlijk bruto-inkomen exclusief vakantietoeslag, inclusief de overhevelingstoeslag van de gehandicapte en zijn echtgenoot indien de gehandicapte een echtgenoot heeft in de zin van artikel 1 lid 2 tot en met 7 van de Wet; verminderd met de over het bruto-inkomen verschuldigde belasting, sociale verzekeringspremies en pensioenpremies, met uitzondering van de procentuele premie voor de verplichte ziekenfondsverzekering en vermeerderd met inkomsten uit alimentatie en de van toepassing zijnde heffingskortingen; j.Inrichting 1.Een inrichting als bedoeld in artikel 8 lid 2, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) (Staatsblad 1967, nr. 617); k.Norminkomen Voor gehandicapten jonger dan 65 jaar wordt het norminkomen gesteld op anderhalf maal de bijstandsnorm voor gehuwden, inclusief vakantie-uitkering, als bedoeld in artikel 21 sub c van de Wet werk en bijstand; Voor gehandicapten ouder dan 65 jaar wordt het norminkomen gesteld op anderhalf maal de bijstandsnorm voor gehuwden, inclusief vakantie-uitkering, als bedoeld in artikel 22 sub c en d van de Wet werk en bijstand; Voor gehandicapten die permanent in een inrichting verblijven wordt het norminkomen gesteld op anderhalf maal de bijstandsnorm voor gehuwden inclusief vakantie-uitkering, als bedoeld in artikel 23 sub b van de Wet werk en bijstand. l.Peildatum De eerste dag van de maand waarin de aanvraag is gedaan en in geval van verlenging van en eerder verstrekte voorziening, de eerste dag van het kalenderjaar waarin sprake is van verlenging; m.Gemaximeerde vergoeding Het bedrag dat ten hoogste wordt verstrekt, al dan niet met inachtneming van de inkomensgrens; n.Financiële tegemoetkoming Een tegemoetkoming in de kosten van een voorziening; o.Forfaitair bedrag Een vastgesteld bedrag dat wordt verstrekt los van de werkelijke kosten van een voorziening; p.Collectief Vraagafhankelijk Vervoer Leidse Regio (OV-taxi Leidse Regio) Het openbaar vervoerssysteem voor de Leidse Regio dat op verzoek van de passagier het vervoer regelt van deur tot deur; q.Leidse Regio De gemeenten Alkemade, Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude; r.Regulier openbaar vervoer Het openbaar vervoer via vaste netlijnen en op vaste tijden; s.Basis OV-tarief Het tarief per zone in het regulier openbaar vervoer, waarbij geen rekening is gehouden met een lager tarief voor specifieke groepen t. Eigen auto Auto die op naam staat van de aanvrager of zijn/haar partner, waarbij minimaal één van beiden in het bezit is van een geldig rijbewijs; de term 'gemaximeerde kosten' is gewijzigd naar 'Financiële tegemoetkoming'. u. Echtgeno(o)t(e) Een echtgeno(o)t(e) als bedoeld in artikel 1 lid 2 en 3 van de Wet; v.Vervoer door derden Vervoer per auto van de gehandicapte door particulieren, niet zijnde de gehandicapte zelf; w. Pleegouders Verzorgenden die kinderbijslag ontvangen voor het pleegkind

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel