Het college kan een vervoervoorziening verstrekken, bestaande uit:
een financiële tegemoetkoming voor het gebruik van de OV-taxi,
met daarbij een financiële tegemoetkoming dat voor vervoer als genoemd onder artikel 3.1 lid 2 sub a tot en met f en/of voor de OV-taxi kan worden aangewend;
een financiële tegemoetkoming voor de meerkosten van het CVV voor personen van 65 jaar en ouder. Deze extra vergoeding bestaat uit het verschil tussen het basis OV-tarief per zone bij gebruik van de OV-taxi en het OV-tarief per zone dat geldt voor een persoon in het bezit van een 65+ pas bij gebruik van het regulier openbaar vervoer. Het verschil wordt vergoed over maximaal het aantal zones dat is verreden met gebruikmaking van de onder a bedoelde vergoeding.
een financiële tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een eigen auto.
een financiële tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van:
een taxi;
eigen auto of vervoer door derden;
een combinatie van a. en b.;
een rolstoeltaxi;
een voor rolstoelgebruik aangepast vervoermiddel; niet zijnde een taxi
een combinatie van d. en e.;
een bruikleenauto / buitenwagen met verbrandingsmotor;
een ander verplaatsingsmiddel dan de in sub a, b of c genoemde.
een tegemoetkoming in de kosten van:
a een invalidenparkeerkaart en/of -plaats;
b aanpassing van de eigen auto;
c aanschaf en/of aanpassing van een ander verplaatsingsmiddel.
een al dan niet aangepaste voorziening in natura in de vorm van:
a een open elektrische buitenwagen/scootermobiel;
b een gesloten buitenwagen;
c een auto;
d een ander verplaatsingsmiddel.
een combinatie van de onder of binnen 1, 2, 3 en 4 vermelde vervoervoorzieningen.
HOOFDSTUK 3
Artikel 3.1
Soorten vervoervoorzieningen
Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten 2006