Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 3.3

Bepalingen ten aanzien van de verstrekking

Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten 2006

1.. Het vrij besteedbare bedrag als bedoeld in artikel 3.1 lid 1 sub b en in artikel 3.1 lid 2 sub a en d is - voor zover dit gebruikt wordt voor de OV-taxi - bestemd voor de meerkosten van de OV-taxi ten opzichte van het regulier openbaar vervoer. Bij de berekening van deze meerkosten wordt uitgegaan van het basis OV-tarief. 2.. Met betrekking tot een verstrekking in natura wordt een bruikleenovereenkomst gesloten. 3.. De beschikking tot toekenning van een voorziening, als genoemd in artikel 3.1 lid 1 en 2, kan voor een bepaalde tijd worden gegeven. 4.. De gemaximeerde vergoeding in de kosten van vervoer, als genoemd in artikel 3.1 lid 1 en 2, wordt gesteld op 50% van het maximumbedrag voor deze voorziening indien er tevens een verplaatsingsmiddel als genoemd in artikel 3.1 lid 3 sub c of lid 4 sub a, b of d, wordt of is toegekend. 5.. Voor zover echtgenoten beiden geen gebruik kunnen maken van het regulier openbaar vervoer en ten minste één van hen geen gebruik kan maken van de OV-taxi, wordt aan elk van hen 50% van het maximumbedrag voor een voorziening in de kosten van vervoer, als genoemd in artikel 3.1 lid 2 sub a of b, toegekend als het vervoerspatroon samenvalt en 75% wanneer dit niet (geheel) het geval is. 6.. Voor zover echtgenoten beiden geen gebruik kunnen maken van het regulier openbaar vervoer maar wel van de OV-taxi, wordt aan hen ieder: het bedrag toegekend als bedoeld in artikel 3.1 lid 1 sub a; 50% toegekend van het in artikel 3.1 lid 1 sub b bedoelde bedrag; 7.. Voor zover echtgenoten beiden geen gebruik kunnen maken van het regulier openbaar vervoer maar wel van de OV-taxi en ten minste één van hen kiest om af te zien van aanspraak op de in artikel 3.1 lid 1 sub a, b en c genoemde voorzieningen, wordt aan ieder van hen 50% toegekend van de in artikel 3.1 lid 1 sub d bedoelde vergoeding. 8.. Als één van de echtgenoten geen gebruik kan maken van het regulier openbaar vervoer, dan wordt deze voor de toepassing van artikel 3.1 lid 1 en 2 aangemerkt als alleenstaande.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel