• - De subsidieontvanger van een project- of prestatiesubsidie is verplicht binnen dertien weken na afloop van de subsidieperiode een schriftelijke verantwoording over de besteding van de ontvangen subsidie aan het college over te leggen.
  • - Het college kan van lid 1 afwijken, door in de beschikking tot subsidieverlening andere termijnen op te nemen of door in uitzonderlijke gevallen de subsidieontvanger op aanvraag uitstel te verlenen.
  • - Het college kan de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van een verantwoording. Een dergelijke tussentijdse verantwoording wordt niet vaker dan een keer per jaar gevraagd.
  • - De verantwoording bestaat uit een activiteitenverslag en een financieel verslag over de periode waarvoor subsidie werd ontvangen.
    • - Het financieel verslag voldoet aan de eisen die artikel 4:76 en 4:77 van de Algemene wet bestuursrecht daaraan stellen.
    • - Het activiteitenverslag geeft aan of de gesubsidieerde activiteiten hebben plaatsgevonden en/of de prestaties zijn geleverd overeenkomstig de beschikking tot subsidieverstrekking dan wel de uitvoeringsovereenkomst.
    • - De subsidieontvanger dient afwijkingen van de overeengekomen activiteiten en/of prestaties, zowel in omvang als in kwaliteit, te verklaren en toe te lichten.
  • - De ontvanger van een prestatie- of projectsubsidie van € 50.000,- of meer is verplicht bij de verantwoording een schriftelijke accountantsverklaring over te leggen aan het college, als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
  • - De ontvanger van een prestatie- of projectsubsidie tot € 50.000,- is verplicht bij de verantwoording een schriftelijke verklaring te overleggen van een van het bestuur van de instelling onafhankelijke partij, bijvoorbeeld een kascommissie.
  • - Het college kan de aanvrager op diens verzoek op grond van bijzondere omstandigheden schriftelijk vrijstellen van de verplichting als bedoeld in lid 5 en lid 6.