**1.** De directeur DLG/BBL wordt mandaat en machtiging verleend om namens Gedeputeerde Staten beslissingen te nemen en stukken te ondertekenen inzake aangelegenheden als bedoeld in de volgende artikelen van de Wet inrichting landelijk gebied:
artikel 21, lid 2 (overleg met het bestuur van de Dienst voor het Kadaster en Openbare Registers);
artikel 22, lid 2 en lid 3 (toekennen van schadevergoedingen alsmede voorschotten dienaangaande);
artikel 31, lid 2 (bepalen van het tijdstip van overgang van beheer en onderhoud van openbare wegen, waterlopen, dijken of kaden met de daartoe behorende kunstwerken);
artikel 32, lid 2 en lid 3 (beheer en onderhoud van voorzieningen in de overgangssituatie);
artikel 34, lid 1 (aanwijzing van de notaris voor opmaken akte);
artikel 34, lid 3 (mededeling doen aan het desbetreffende kantoor van de Dienst voor het Kadaster en de Openbare Registers van de uitspraak in beroep tegen het inrichtingsplan);
artikel 35, lid 1 (verlenen van ontheffing voor het verrichten van handelingen die de verwezenlijking van het inrichtingsplan ernstig belemmeren);
artikel 38, lid 1 (besluit tot uitvoering van werken door openbare lichamen die met beheer en/of onderhoud zullen worden belast);
artikel 40, lid 3 (beslissing omtrent noodzaak werkzaamheden ter verwezenlijking inrichtingsplan);
artikel 41, lid 2 en lid 3 (toekennen van schadevergoedingen alsmede voorschotten dienaangaande);
artikel 64, lid 3 (in kennis stellen van belanghebbenden van de terinzagelegging en de zakelijke inhoud van het ontwerp besluit tot vaststelling ruilplan);
artikel 65, lid 1 en lid 2 (de bepaling van het uiterste tijdstip voor inzending van pachtovereenkomsten ter registratie);
artikel 65, lid 4 (de afgifte van het bewijs van registratie van pachtovereenkomsten);
artikel 65, lid 5 (de verzending van het bericht van inzending ter registratie aan de wederpartij van degene die een pachtovereenkomst ter registratie heeft ingezonden);
artikel 65, lid 6 en lid 7 (de ontvangst van bedenkingen alsmede de vaststelling van die bedenkingen en de uitnodiging aan partijen tot toezending van hetzij een akte van overeenstemming hetzij een door de griffier gewaarmerkt afschrift van een verzoekschrift aan de pachtkamer van de bevoegde rechtbank ter beslechting van het geschil);
artikel 65, lid 8 (de opdracht aan partijen tot inroeping van de beslissing van de grondkamer);
artikel 65, lid 9 (de opdracht aan partijen tot inroeping van de beslissing van de pachtkamer van de rechtbank);
artikel 66 (het in de gelegenheid stellen wensen ter zake van het plan van toedeling kenbaar te maken);
artikel 67, lid 3 (het in kennis stellen van belanghebbenden van de terinzagelegging en de zakelijke inhoud van het ontwerpbesluit tot vaststelling van de lijst der geldelijke regelingen);
artikel 68, lid 1 (het verstrekken van een opdracht aan schatters, alsmede het bepalen van het tijdstip van schatten);
artikel 69, derde lid (toezending informatie en bescheiden aan griffier inzake verzoekschrift volmacht);
artikel 73 (de kennisgeving inzake het onherroepelijk zijn van het ruilplan aan Dienst voor het Kadaster en Openbare Registers en Dienst Landelijk Gebied);
artikel 75 (het in kennis stellen van de grondkamer met betrekking tot de gehandhaafde, opgeheven en nieuw gevestigde pachtverhoudingen in het ruilplan);
artikel 81, lid 1 (aanwijzing van de notaris voor opmaken ruilakte);
artikel 83, lid 1 (de gelijktijdige terinzagelegging ontwerp ruilplan en lijst der geldelijke regelingen).
**2.** De directeur DLG/BBL wordt voorts mandaat, volmacht en machtiging verleend:
om privaatrechtelijke rechtshandelingen en overige handelingen te verrichten ter voorbereiding en uitvoering van landinrichting als bedoeld in de Wet inrichting landelijk gebied;
tot het laten opmaken en namens Gedeputeerde Staten ondertekenen van een akte ter zake van de toewijzing van onroerende zaken als bedoeld in artikel 28, onderdeel a Wet inrichting landelijk gebied, een en ander voor zover het toewijzing betreft van onroerende zaken buiten het blok, als bedoeld in artikel 34, lid 1 Wet inrichting landelijk gebied;
om namens de provincie Utrecht betalingen te verrichten betreffende schadevergoedingen en voorschotten als hiervoor vermeld in het eerste lid, onder b en j (respectievelijk artikel 22, lid 2 en lid 3 en artikel 41, lid 2 en lid 3 Wet inrichting landelijk gebied).
Artikel 5