Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2.

Artikel 2.

Afzien van het opleggen van een maatregel

Onderdeel van Maatregelenverordening WWB, Bbz 2004, Ioaw, Ioaz gemeente Nuenen c.a. 2013

Lid 1 sub a. In de wet is geregeld dat in ieder geval van het verlagen van de bijstand of uitkering wordt afgezien, indien iedere mate van verwijtbaarheid ontbreekt (artikel 18 lid 2 WWB en artikel 20 lid 3 Ioaw/Ioaz). In de verordening is deze bepaling ter verduidelijking opgenomen. Indien bijvoorbeeld belanghebbende door overmacht niet in staat is geweest aan een bepaalde verplichting te voldoen, is er geen sprake van verwijtbaarheid. Een ander voorbeeld is het feit dat belanghebbende redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn van een verplichting. sub b. Een reden om af te zien van een verlaging is dat de gedraging te lang geleden heeft plaatsgevonden (verjaring). Omwille van de effectiviteit (‘lik op stuk’) is het nodig dat een verlaging zo spoedig mogelijk nadat de gedraging is verricht, wordt toegepast en uitgevoerd. In dit verband past het college dan ook geen verlaging toe bij gedragingen die langer dan één jaar geleden zijn verricht. Voorwaarde is dat deze gedragingen geen schending van de inlichtingenplicht inhouden en als gevolg waarvan ten onrechte/ een te hoog bedrag aan bijstand, uitkering of inkomensvoorziening is verleend. sub c. Indien een verlaging niet uitgevoerd is vanwege het feit dat de bijstand of uitkering inmiddels is beëindigd, deze alsnog uitgevoerd kan worden indien belanghebbende binnen 6 maanden opnieuw bijstand of een uitkering gaat ontvangen. Een verlaging kan alleen maar plaatsvinden op een lopende bijstand of inkomensvoorziening. Indien deze dus beëindigd wordt, kan geen besluit tot verlaging meer worden genomen (tenzij er met terugwerkende kracht een maatregel kan/wordt opgelegd. Wel dient dan in de beëindigingbeschikking opgenomen te worden dat er een verwijtbare gedraging heeft plaatsgevonden (voornemen tot toepassen van verlaging) maar dat het besluit hierover genomen zal worden indien belanghebbende binnen 6 maanden opnieuw bijstand of een uitkering gaat ontvangen. sub d. In individuele omstandigheden kan wegens dringende redenen worden afgezien van het opleggen van een maatregel. De redenen zijn niet nader gedefinieerd en kunnen in beginsel in de persoon zelf zijn gelegen en/of zijn grondslag vinden in andere omstandigheden. Dringende redenen kunnen dus niet op voorhand worden vastgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel