Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Gedragingen

Onderdeel van Maatregelenverordening WWB, IOAW en IOAZ Kampen

Gedragingen van een belanghebbende waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt behouden of één van de verplichtingen op grond van artikel 9 WWB, artikel 9a WWB, artikel 55 WWB, artikel 37 IOAW, artikel 38 IOAW, artikel 37 IOAZ en artikel 38 IOAZ niet of onvoldoende worden nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: eerste categorie: het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het UWV Werkbedrijf of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; tweede categorie: het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen of te aanvaarden; derde categorie: het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; het niet meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a WWB, indien van toepassing; het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b WWB respectievelijk artikel 37, eerste lid, onderdeel e IOAW en artikel 37, eerste lid, onderdeel e IOAZ niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 9a, eerste lid WWB of artikel 38, eerste lid IOAW en artikel 38, eerste lid IOAZ; het onvoldoende nakomen van de verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid WWB of artikel 55 WWB, voor zover het gaat om een persoon jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na de melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid WWB; het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige activiteiten als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c WWB, artikel 37, eerste lid, onderdeel f IOAW of artikel 37, eerste lid, onderdeel f IOAZ; vierde categorie: het niet aanvaarden of door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b WWB en artikel 10, eerste lid WWB of artikel 36, eerste lid IOAW en artikel 37, eerste lid, onderdeel e IOAW en artikel 36, eerste lid IOAZ en artikel 37, eerste lid, onderdeel e IOAZ, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel