**1..** De verlaging wordt toegepast met ingang van de kalendermaand volgend
op de datum waarop het besluit tot het verlagen van de bijstand aan
de belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de
voor die maand geldende bijstandsnorm.
**2..** In afwijking van het eerste lid vindt de verlaging van de bijstand
direct plaats als de bijstand in die maand nog niet is
uitbetaald.
**3..** Tenzij het betreft het onverantwoord interen van het vermogen vindt
de verlaging van de bijstand plaats:
voor de duur van één kalendermaand, wanneer er sprake is van
een eerste verwijtbare gedraging;
voor de duur van twee kalendermaanden, wanneer er sprake is
van een tweede verwijtbare gedraging, waarvoor hetzelfde of
een hoger verlagingspercentage geldt, binnen twaalf maanden
na de eerste als verwijtbaar aangemerkte gedraging.
**4..** Het college kan bij een derde en volgende gedraging, waarvoor
hetzelfde of een hoger verlagingspercentage geldt, binnen twaalf
maanden na de laatste als verwijtbaar aangemerkte gedraging de
bijstand voor onbepaalde duur verlagen, rekening houdend met het
bepaalde in artikel 2, tweede lid, van deze verordening.
**5..** Het college kan in bijzondere gevallen de bijstand verlagen voor een
langere of voor onbepaalde duur, als de ernst van de gedraging, de
mate van verwijtbaarheid of de omstandigheden van de belanghebbende
daartoe aanleiding geven.
**6..** Indien er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 5 onder
g wordt de bijstand verlaagd voor de duur dat redelijkerwijs met het
te snel ingeteerde vermogen in de noodzakelijke kosten van het
bestaan voorzien had kunnen worden.