**1..** De verlaging bedoeld in artikel 26 van de wet bedraagt 10% van het minimumloon voor het gezin dat met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woonruimte heeft.
**2..** Voor de toepassing van dit artikel wordt een persoon niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft, als het een inwonend studerend kind betreft dat aanspraak maakt op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 en een in aanmerking te nemen inkomen heeft van ten hoogste het bedrag genoemd in artikel 4, lid 2, aanhef van de wet.