Het is verboden een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de
publieke functie daarvan, als:
het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar
oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig
en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het
doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats;
het object hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet
voldoet aan redelijke eisen van welstand.
het object of het beoogde gebruik overlast oplevert voor gebruikers van in
de nabijheid gelegen onroerende zaken;
het object of beoogde gebruik risico oplevert voor de openbare orde en
veiligheid.
Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde
verbod.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:19;
terrassen als bedoeld in artikel 2:30.
Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor zover in het
daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet, of het Provinciaal
wegenreglement.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste
lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in
artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 5
Artikel 2:10
Het plaatsen van voorwerpen op een openbare plaats in strijd met de publieke functie ervan
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Opsterland 2013