Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te
leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten,
aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te
brengen in de wijze van aanleg van een weg.
Een vergunning wordt verleend
als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten
zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening of
voorbereidingsbesluit;
door het college in de overige gevallen.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het uitvoeren van
hun publieke taak.
Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de
Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 5
Artikel 2:11
Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Opsterland 2013