**1..** Het is verboden om zich:
met een dienstverienend schip;
met een bunkerschip, dat niet voldoet aan de eisen die het Adn stelt aan een binnentankschip van het type N; of
met een werkschip;
in een oliehavengebied te bevinden, tenzij het schip:
een casco heeft dat volledig uit onbrandbaar materiaal bestaat;
een elektrische installatie heeft die, conform het Adn, erkend veilig is uitgevoerd;
verbrandingsmotoren gebruikt, niet zijnde benzinemotoren;
een vonkenvanger heeft op de uitlaatgassenleiding van een
verbrandingsmotor;
verwarming-, kook- en koeltoestellen heeft die werken op elektriciteit of een brandbare vloeistof met een vlampunt van 55 graden Celsius of hoger;
aan dek een goed zichtbaar bord geplaatst heeft, krachtens artikel 3.32 van het Bpr met de strekking dat roken en open vuur verboden is;
een accommodatie heeft die voldoende bescherming biedt tegen het
binnendringen van gevaariijke gassen; en
tijdens het verblijf in het oliehavengebied een in werking zijnde
marifooninstallatie heeft waarop voortdurend op het betreffende VHF
havenkanaal wordt uitgeluisterd.
**2..** Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.
Paragraaf 2
Artikel 2.2
Bouw- en uitrustingsvoorschriften oliehavengebied
Onderdeel van Havenreglement Noordzeekanaalgebied 2012