Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2

Artikel 2.2

Bouw- en uitrustingsvoorschriften oliehavengebied

Onderdeel van Havenreglement Noordzeekanaalgebied 2012

1.. Het is verboden om zich: met een dienstverienend schip; met een bunkerschip, dat niet voldoet aan de eisen die het Adn stelt aan een binnentankschip van het type N; of met een werkschip; in een oliehavengebied te bevinden, tenzij het schip: een casco heeft dat volledig uit onbrandbaar materiaal bestaat; een elektrische installatie heeft die, conform het Adn, erkend veilig is uitgevoerd; verbrandingsmotoren gebruikt, niet zijnde benzinemotoren; een vonkenvanger heeft op de uitlaatgassenleiding van een verbrandingsmotor; verwarming-, kook- en koeltoestellen heeft die werken op elektriciteit of een brandbare vloeistof met een vlampunt van 55 graden Celsius of hoger; aan dek een goed zichtbaar bord geplaatst heeft, krachtens artikel 3.32 van het Bpr met de strekking dat roken en open vuur verboden is; een accommodatie heeft die voldoende bescherming biedt tegen het binnendringen van gevaariijke gassen; en tijdens het verblijf in het oliehavengebied een in werking zijnde marifooninstallatie heeft waarop voortdurend op het betreffende VHF havenkanaal wordt uitgeluisterd. 2.. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel