**1..** Het is verboden om zich met een tankschip te bevinden op een ligplaats buiten het oliehavengebied, indien zich een gevaariijke stof als lading of ladingresidu aan boord bevindt, tenzij:
het een binnentankschip betreft:
1°. dat beladen is of was met een brandbare vloeistof met een vlampunt van 55 °C of hoger, kaliumhydroxide, natriumhydroxide, zwavelzuur of fosforzuur; of
2°. waarvan de schipper heeft zeker gesteld dat alle (overige) ruimten binnen de ladingzone inclusief de sloptanks, leeg zijn van brandbare vloeistoffen met een vlampunt lager dan 55 °C en de atmosfeer in deze tank(s) ten hoogste 8% zuurstof- of maximaal 20% van de laagste explosiegrens brandbare gassen bevat en waarvan de tanks gesloten zijn;
het een zeetankschip betreft dat beladen is of was met:
1°. een brandbare vloeistof met een vlampunt van 55 °C of hoger, kaliumhydroxide, natriumhydroxide, zwavelzuur of fosforzuur; of
2°. een brandbare vloeistof met een vlampunt lager dan 55 °C die zich niet bevindt in een direct aan de scheepshuid grenzende tank en de atmosfeer in deze tank ten hoogste 8% zuurstof- of maximaal 20% van de laagste explosiegrens brandbare gassen bevat,
- en door een gasdeskundige een verklaring is afgegeven waaruit blijkt dat de ladingsituatie van het zeetankschip in overeenstemming is met de in dit onderdeel gestelde voorschriften;
- er uitsluitend overslag plaats vindt van de onder 1° genoemde stoffen;
- tanks met gevaariijke stoffen gesloten blijven; en
- er geen schoonmaakhandelingen van ruimten met gevaariijke stoffen plaatsvinden;
het een combinatietankschip betreft dat geladen is of wordt met losgestorte bulklading in vaste vomn, waarvan:
1°. sloptanks brandbare ladingresiduen bevatten waarvan de atmosfeer ten hoogste 8% zuurstof- of maximaal 20% van de laagste explosiegrens brandbare gassen bevat en die niet direct aan ladingruimten grenzen;
2°. alle overige ruimten in de ladingzone vrij zijn van brandbare vloeistoffen of - gassen;
3°. door een gasdeskundige een verklaring is afgegeven waaruit blijkt dat de tanks of ruimten van het combinatietankschip in overeenstemming zijn met de in dit onderdeel gestelde voorschriften
4°. de zich aan boord bevindende brandbare ladingresiduen niet worden overgeslagen; en
5°. ruimten leeg van brandbare ladingresiduen niet worden schoongemaakt;
kortstondig ligplaats wordt genomen op een aangewezen autoafzetplaats om een auto onmiddellijk af te zetten of aan boord te nemen of bij een bunkerstation om onmiddellijk te bunkeren;
het een ligplaats betreft die is aangeduid met een veri<eersteken als ligplaats voor schepen met gevaarlijke stoffen; of
het een ligplaats betreft die is aangewezen conform artikel 3.10 van de Havenverordening;
het een LNG-bunkerschip betreft ten behoeve van het LNG-bunkeren.
**2..** Direct nadat een combinatietankschip als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, ligplaats buiten een oliehavengebied neemt, begint de gasdeskundige zijri onderzoek en worden ten spoedigste de gegevens van de afgegeven verklaring mondeling gemeld en gelijkdaaropvolgend schriftelijk bevestigd, aan de havenmeester.
**3..** Totdat is voldaan aan het eerste lid, onderdeel c, onder 3°, worden de ruimen en ventilatieopeningen van de ruimen gesloten gehouden.
**4..** Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.
**5..** Van het innemen van een ligplaats als bedpeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2°, en onderdeel b, wordt aan de havenmeester een melding gedaan als bedoeld in artikel 11.7.
Paragraaf 3
Artikel 3.1
Tankschepen met gevaarlijke stoffen buiten het oliehavengebied
Onderdeel van Havenreglement Noordzeekanaalgebied 2012