Naar hoofdinhoud

Paragraaf 4

Artikel 4.1

Behandeling van vloeibare gevaarlijke of schadelijke stoffen in bulk en gas

Onderdeel van Havenreglement Noordzeekanaalgebied 2012

1.. Het is verboden om overslag van gevaarlijke of schadelijke stoffen te laten plaatsvinden tussen een zeetankschip en een inrichting, tenzij voordat de overslag plaatsvindt wordt zorggedragen dat alle onderdelen van de zeevaart/terminal veiligheidscontrolestaat, als bedoeld in de ISGOTT, volledig en naar waarheid zijn ingevuld en door de verantwoordelijke personen van de bij de overslag van een gevaariijke of schadelijke stof betrokken inrichting en het zeetankschip zijn ondertekend. 2.. Het is verboden om overslag van gevaarlijke of schadelijke stoffen te laten plaatsvinden tussen zeetankschepen onderling tenzij voordat de overslag plaatsvindt aan boord van de betrokken zeetankschepen wordt zorggedragen dat alle onderdelen van de zeevaart/zeevaart veiligheidscontrolestaat, als opgenomen in bijlage 1, volledig en naar waarheid zijn ingevuld, en door de verantwoordelijke personen van de bij de overslag van een gevaariijke of schadelijke stof betrokken tankschepen zijn ondertekend. 3.. Het is verboden om overslag van gevaarlijke of schadelijke stoffen te laten plaatsvinden tussen een zeetankschip en een binnenvaarttankschip of tussen binnenvaarttankschepen onderling tenzij voordat de overslag plaatsvindt aan boord van de betrokken tankschepen wordt zorggedragen dat alle onderdelen van de zeevaart-binnenvaart/binnenvaart-binnenvaart veiligheidscontrolestaat, bedoeld in de ISGINTT, volledig en naar waarheid zijn ingevuld, en door de verantwoordelijke personen van de bij de overslag van een gevaariijke of schadelijke stof betrokken tankschepen zijn ondertekend. 4.. In de situaties, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, wordt: tijdens de overslag van een gevaarlijke of schadelijke stof en zolang door het betrokken tankschip ter plekke ligplaats wordt ingenomen door de betrokken inrichting of tankschepen het gestelde in de veiligheidscontrolestaten, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, nageleefd; de overslag van een gevaarlijke of schadelijke stof onmiddellijk gestopt ais het respectievelijk voor ieder bij de overslag betrokken inrichting of het betrokken tankschip gestelde in de veiligheidscontrolestaten, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, niet wordt nageleefd. 5.. Tijdens de rechtstreekse overslag tussen tankschepen van een gevaarlijke of schadelijke stof wordt gebruik gemaakt van een tussen betrokken ladingtanks aangesloten dampretourieiding indien het overslag betreft van: een gevaarlijke of schadelijke stof die ingevolge de IBC Code of het Adn vervoerd moet worden in een tank met een aansluiting voor een dampretourieiding of gesloten vervoerd moet worden; een vloeistof als bedoeld in bijlage 2; een vluchtig organische stof; of een andere vloeistof dan bedoeld onder a, b of c, die geladen wordt in een ladingtank, die leeg en ongereinigd van een stof is als bedoeld onder a, b of c. 6.. Indien de ladingtanks, als bedoeld in het vijfde lid, van het lossende schip ingevolge nationale of internationale wetgeving inert dienen te zijn, is deze verplichting ook van toepassing op de in het vijfde lid bedoelde ladingtanks van het ladende tankschip. 7.. Het is verboden om tussen twee tankschepen onderling een gas als bedoeld in de IGC Code of het Adn over te slaan. 8.. Het is een ieder verboden om een gevaarlijke of schadelijke stof te behandelen of schoon te maken, indien onmiddellijk ingrijpen in die handelingen niet mogelijk is. 9.. De vaste aansluitpunten voor ladingslangen van bij de overslag van een gevaarlijke of schadelijke stof betrokken vaartuigen worden over een zo kort mogelijke afstand aan elkaar verbonden. 10.. Het is verboden om een gevaarlijke stof: te behandelen, tenzij de vaste scheepsladingleiding wordt gebruikt; of uit een schip of een scheepstank te pompen, tenzij de vaste scheepslospomp wordt gebruikt. 11.. Het is verboden een gevaarlijke of schadelijke stof als bedoeld in het vijfde lid, onder a, b of c, niet-gesloten te behandelen. 12.. Het college kan van de in het vijfde en zesde lid opgenomen verplichtingen en van de in het zevende, tiende en elfde lid gestelde verboden ontheffing verienen. 13.. Van de rechtstreekse, onderiinge overslag van een gevaariijke of schadelijke stof in bulk tussen tankschepen als bedoeld het tweede en derde lid, wordt aan de havenmeester een melding gedaan als bedoeld in artikel 11.8.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel