De overeenkomst, bedoeld in artikel 4, houdt bepalingen in omtrent:
de aard en de omvang van de werken welke de gemeente in verband met de in de overeenkomst bedoelde exploitatie zal uitvoeren;
de afstand door de exploitant aan de gemeente van de grond bestemd voor de aanleg van de in artikel 2 onder I genoemde werken, vrij van opstallen - met inbegrip van de zich in de grond bevindende resten, zoals funderingen, leidingen en kabels-, in volle en vrije eigendom;
de ten laste van de exploitant komende bijdrage als bedoeld in artikel 11;
de tijdsduur waarbinnen de in de overeenkomst begrepen gronden in exploitatie moeten zijn gebracht en moeten zijn bebouwd.