**1..** Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks vóór 1 mei aan de raden van de deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur een ontwerpbegroting van baten en lasten en van kapitaalsinkomsten en -uitgaven voor het komende jaar in, vergezeld van een memorie van toelichting.
**2..** De in lid 1 bedoelde begroting van het werkvoorzieningschap omvat:
de verwachte financiële gevolgen van de bij deze regeling aan het werkvoorzieningschap overgedragen bestuurlijke bevoegdheden en verplichtingen, voor zover deze met inachtneming van de wet en de daarop gebaseerde uitvoeringsvoorschriften als bestuurskosten kunnen worden aangemerkt.
de verwachte financiële uitkomsten van het werkvoorzieningschap.
**3..** De raden van de deelnemende gemeenten kunnen het dagelijks bestuur hun beschouwingen omtrent de ontwerpbegroting binnen zes weken kenbaar maken. Het dagelijks bestuur voegt deze commentaren en zijn oordeel daarover bij de ontwerp-begroting en zendt deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling.
**4..** Het algemeen bestuur stelt de begroting vóór 1 juli vast en zendt haar binnen twee weken aan Gedeputeerde Staten.
**5..** Zo nodig zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die terzake Gedeputeerde Staten van hun gevoelen kunnen doen blijken.
**6..** De in het eerste, derde, vierde en vijfde lid vastgelegde procedure is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.
**7..** Na ontvangst van de beslissing van Gedeputeerde Staten over de begroting of de begrotingswijziging worden de raden door het dagelijks bestuur hiervan in kennis gesteld.
Hoofdstuk
Artikel 32
Artikel 32
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningsschap Zuid-Kennemerland