Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 33

Artikel 33

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningsschap Zuid-Kennemerland

1.. Het dagelijks bestuur doet jaarlijks vóór 1 mei aan het algemeen bestuur verantwoording over het afgelopen jaar in aansluiting aan de posten van de begroting en onder overlegging van een ontwerprekening met de daarbij behorende bescheiden en een berekening van de door de gemeenten te betalen bijdragen overeenkomstig artikel 40. Het dagelijks bestuur zendt deze stukken tegelijkertijd aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2.. Het algemeen bestuur stelt de rekening, nadat deze door de deskundige, bedoeld in artikel 31, lid 3, sub d, is onderzocht, vast. De vaststelling van de rekening vindt vóór 1 juli plaats. 3.. Het algemeen bestuur zendt de rekening binnen 2 weken na de vaststelling, onder overlegging van de eventuele beschouwingen van de raden van de deelnemende gemeenten en zijn oordeel daarover alsmede een afschrift van het verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid der rekening van de deskundige, bedoeld in artikel 31, lid 3, sub d, aan Gedeputeerde Staten in. 4.. Van de vaststelling van de rekening door het algemeen bestuur wordt aan de raden van de deelnemende gemeenten kennis gegeven. 5.. Het besluit tot vaststelling van de rekening, strekt, voorzover het de daarin opgenomen ontvangsten en uitgaven betreft, het dagelijks bestuur en het rekenplichtig personeel van het werkvoorzieningschap tot ontlasting, behoudens later in rechte gebleken valsheid in bewijsstukken of andere onregelmatigheden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel