De tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan kan voor diverse vormen
van gebruik van gronden en bouwwerken worden toegepast. Het is
onmogelijk en niet zinvol om voor alle vormen op voorhand beleidsregels
op te stellen. Voor het bewonen van niet voor bewoning bestemde gebouwen
achten wij het wel noodzakelijk en wenselijk om vooraf regels te
stellen. Dit geeft duidelijkheid aan belanghebbenden en vereenvoudigt de
afhandeling van dergelijke verzoeken.
In de gemeente Bronckhorst is het bewonen van ‘niet voor bewoning
bestemde gebouwen’ niet toegestaan. Ook niet als dat maar voor een
beperkte periode is. Het gaat hier bijvoorbeeld om het bewonen van
recreatiewoningen, stacaravans, units en bijgebouwen. Er zijn echter
situaties denkbaar waarbij behoefte is aan een tijdelijke oplossing. Wij
kunnen met een omgevingsvergunning tijdelijk afwijken van het
bestemmingsplan voor bewoning in situaties waarbij behoefte is aan een
tijdelijke oplossing.
Er gelden echter wel enkele voorwaarden. Zo moet de tijdelijkheid op
voorhand vaststaan en er reeds sprake zijn van een concrete einddatum,
komen alleen inwoners van Bronckhorst of toekomstige inwoners in
aanmerking en moet de te verlaten of de te betrekken woning in de
gemeente liggen. Zo kan de omgevingsvergunning worden verleend in
situaties waarbij sprake is van een overbruggingsperiode tussen de
verkoop van de ene woning en de oplevering van de andere woning of de
woning tijdelijk door verbouwing, brand of natuurramp niet bewoonbaar
is. Ook bij een echtscheiding of beëindiging van een geregistreerd
partnerschap, waarbij aantoonbaar geen onderdak binnen familie- of
kennissenkring mogelijk is, is een tijdelijke afwijking mogelijk.
De maximale termijn voor tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan is
in het Besluit omgevingsrecht op 10 jaar gesteld. Een periode van 10
jaar voor tijdelijke afwijking kan echter nauwelijks nog tijdelijk
worden genoemd. De duur van de tijdelijke afwijking zou daarmee net zo
lang worden als de geldingsduur van een bestemmingsplan. In zo’n geval
zou de gewenste situatie in een bestemmingsplan moeten worden geregeld.
Ook geldt dat het de vraag is of de situatie nog wel handhaafbaar is als
de termijn van 10 jaar voorbij is. Als een gebruik zo lang mogelijk is,
kan worden afgevraagd of er redenen zijn om het gebruik niet langer kan
worden toegestaan en zal de afwijking bij een volgende actualisatie
alsnog in het bestemmingsplan worden opgenomen. Dit geldt zowel voor
tijdelijke afwijking ten behoeve van bewoning als voor andere vormen van
tijdelijke afwijking. Deze wijzigingen ten gevolge van de Crisis- en
herstelwet ziet voornamelijk in de problematiek in grote steden waar een
grote woningbehoefte is en daarentegen veel kantoorpanden leeg staan.
Het is de bedoeling om het gebruik van kantoorpanden voor bewoning te
vereenvoudigen. In onze gemeente ligt deze situatie anders. Er is juist
een afnemende behoefte aan woningen. Er staan weliswaar bedrijfspanden
leeg maar ook woningen waar een betere invulling kan worden gegeven aan
tijdelijke behoefte aan woonruimte. Voor de centrumgebieden geldt
daarbij dat bewoning voor langere tijd het centrum onaantrekkelijk maakt
en bij bedrijfsbestemmingen kan het de bedrijfsvoering van bestaande
bedrijven belemmeren. Wij zullen deze maximale termijn niet te benutten
en in de regel vast te houden aan de nu nog geldende maximale termijn
van 5 jaar. Dit geldt voor alle vormen van tijdelijke afwijking, dus
niet alleen bewoning maar ook andere vormen van tijdelijke afwijking.
Zoals bij elk beleid kan hier incidenteel gemotiveerd van worden
afgeweken als daartoe dringen redenen zijn (hardheidsclausule).
Een uitzondering hierop vormt het gebruik van recreatiewoningen voor
tijdelijke bewoning. Daarvoor gold op grond van de Wabo, het Bor en het
gemeentelijke beleid dat uit 2007 stamt, een maximale termijn van 5
jaar. Uit de afgelopen jaren is gebleken dat een termijn van 5 jaar
nauwelijks van toepassing is bij recreatiewoonverblijven. Het toepassen
van zo’n lange termijn zou naar huidige inzichten ook niet meer
wenselijk zijn. Recreatiewoningen zijn bedoeld voor recreatief gebruik.
Recreatiewoningen zouden daarmee langdurig aan dat gebruik worden
onttrokken. Het leefpatroon van een bewoner is volledig anders dan dat
van een recreant. Door het voorgaande wordt het recreatieve product
minder aantrekkelijk voor recreanten. Recreanten, eigenaren van
recreatiewoningen, parkbeheerders en ook de gemeente worden hierdoor
onnodig benadeeld. En dat terwijl er betere alternatieven voorhanden
zijn. In de huidige situatie op het gebied van krimp en de woningmarkt
is tijdelijke verhuur van leegstaande woningen in kader van de
Leegstandswet is betere oplossing. Reguliere woningen hebben reeds een
woonbestemming waardoor afwijking van het bestemmingsplan niet nodig is.
Ook is het een onwenselijke situatie dat recreatiewoningen voor langere
tijd worden verhuurd terwijl er elders reguliere woningen leeg staan.
Voor het woon- en leefklimaat van de woongebieden is het beter als er
geen woningen leeg staan. Daarbij is tijdelijke verhuur van leegstaande
woningen middels de Leegstandswet eenvoudiger geworden. Het is naar
huidige inzichten reëler en wenselijker om voortaan een termijn van
maximaal 1 jaar te hanteren.
Niet-inwoners van Bronckhorst dienen binnen hun eigen gemeente een
oplossing te vinden. Aan tijdelijke bewoning van een recreatiewoning
gedurende maximaal 6 maanden door niet-inwoners kan incidenteel onder
aanvullende voorwaarden medewerking worden verleend. Deze mogelijkheid
hebben wij gecreëerd om gecontroleerd te voorkomen dat niet-inwoners
buiten ons zichtsveld toch recreatiewoningen bewonen. De aanvullende
voorwaarden zijn er op gericht om meer zekerheid te hebben over de
tijdelijkheid.
Aan situaties waarbij ingezetenen noodgedwongen buiten hun schuld om een
huur- of koopwoning in de gemeente moeten verlaten en er nog geen zicht
is op vervangende woonruimte is tevens incidenteel medewerking mogelijk.
Ook hier gelden aanvullende voorwaarden. De betrokkene moet als
woningzoekende ingeschreven staan bij een binnen de gemeente werkzame
woningcorporatie of vergelijkbare instelling. Het moeten verlaten van de
woning kan bijvoorbeeld zijn in verband met scheiding, faillissement of
financiële situatie die het bewonen van de (te dure) woning niet meer
toelaat en gezocht wordt naar een wel betaalbare woning. Dus geen
personen die een huis hebben verkocht maar nog op zoek zijn naar een
nieuwe koopwoning. Ook personen die het ouderlijk huis verlaten komen
niet in aanmerking evenals personen die na hun studie weer op zoek gaan
naar woonruimte in de gemeente. Zij hebben namelijk de mogelijkheid om
bij hun ouders te blijven of gaan wonen. Zij kunnen vanuit die situatie
op zoek gaan naar eigen woonruimte. De afwijking geldt voor maximaal één
jaar. In dat jaar moet belanghebbende aantoonbaar voldoende inspanning
leveren om een passende huurwoning te vinden. Als criterium geldt dat
belanghebbende gemiddeld één keer per maand moet reageren op het
woningaanbod (actieve inschrijving op passende woning) in de gemeente.
Als kan worden aangetoond dat er minder vaak dan één keer per maand een
passende woning wordt aangeboden geldt dat op de wel aangeboden woningen
móet worden gereageerd. Een voordracht voor een passende woning mag
slechts één keer worden geweigerd. Als men weigert moet belanghebbende
met opgave van redenen daarvan direct melding doen. Na afloop van de
termijn van een jaar doet de belanghebbende via de woningbouwcorporatie
opgaaf van zijn inspanningen. Verlenging van de vergunning is slechts en
voor maximaal vijf jaar mogelijk als men aan alle voorgaande criteria
heeft voldaan maar na afloop van de vergunning nog geen passende
huurwoning heeft gevonden. Als blijkt dat belanghebbende geen melding
heeft gedaan van een weigering komt deze niet in aanmerking voor
verlenging.
De in deze beleidsregels gestelde maximale termijnen voor tijdelijke
afwijking worden niet als vanzelfsprekend toegepast. Het is een maximale
termijn waarvoor wij een afwijking willen toestaan. Bij de aanvraag om
een tijdelijke afwijking bij een omgevingsverguning moet reeds zicht
zijn op een concrete te onderbouwen einddatum. Deze datum moet in ieder
geval binnen termijn van respectievelijk 6 maanden en 1 jaar voor
recreatiewoningen en 5 jaar voor andere gebouwen vallen.
2.
Artikel Tijdelijke afwijking
Artikel Tijdelijke afwijking
Onderdeel van Beleidsregels artikel 2.12 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht