Burgemeester en wethouders kunnen voorts vergunning als bedoeld in
3.2.11.2.1 danwel 3.2.11.2.3 verlenen indien de betrokkene, als bedoeld
in 3.2.11.2.2, onder 2 en 3.2.11.2.3, onder 2, geen ingezetene van de
gemeente is of wordt en/of de woningen, als bedoeld in 3.2.11.2.2, onder
3 en 3.2.11.2.3, onder 3, zich niet in de gemeente bevinden, waarbij in
afwijking van het bepaalde onder 3.2.11.2.2, onder 1, 2 en 3 en
3.2.11.2.3, onder 1, 2 en 3, met behoud van de overige in 3.2.11.2.2 en
3.2.11.2.3 gestelde voorwaarden, de volgende aanvullende voorwaarden
gelden:
de vergunning geldt voor ten hoogste zes maanden en kan niet
worden verlengd;
de vergunning betreft uitsluitend recreatiewoningen op
bedrijfsmatig geëxploiteerde recreatieparken;
de tijdelijkheid moet zijn gegarandeerd middels een
huurovereenkomst, met een contractduur van ten hoogste zes
maanden, tussen betrokkene en de exploitant.
3. BELEIDSREGELS
Artikel Uitzonderingsbepaling
Artikel Uitzonderingsbepaling
Onderdeel van Beleidsregels artikel 2.12 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht