betalingsverplichtingen
Kwijtschelding niet-verwijtbare vorderingen
Het college scheldt het restant van de vordering op verzoek kwijt, indien de belanghebbende:
gedurende een periode van 60 maanden (5 jaar) aangesloten volledig aan zijn aflossingsverplichtingen heeft voldaan, zoals bedoeld in de artikelen 8 en 9, of
gedurende 5 jaar niet (volledig) aan de opgelegde betalingsverplichting heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag alsnog heeft voldaan.
Indien aan de in lid 1 vermelde voorwaarden wordt voldaan, kan slechts één maal per vijf jaar tot kwijtschelding worden besloten.
Kwijtschelding fraudevorderingen
Het college scheldt het restant van een fraudevordering op verzoek kwijt, indien de belanghebbende:
gedurende een periode van 120 maanden (10 jaar) aaneengesloten volledig aan zijn aflossingsverplichtingen heeft voldaan, zoals bedoeld in de artikelen 8 en 9, of
gedurende 10 jaar niet (volledig) aan zijn terugbetalingsverplichting heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag alsnog heeft betaald (artikel 58 lid 7 sub a en b van de WWB en artikel 25 lid 6 sub a en b van de IOAW en IOAZ).
Geen kwijtschelding fraudevordering
Als de debiteur tijdens de duur van de aflossingsperiode opnieuw de informatieverplichting schendt (en dus fraudeert), wordt geen kwijtschelding voor de fraudevordering verleend.
Kwijtschelding van een fraudevordering geschiedt slechts eenmalig. Bij een volgende fraudevordering bij dezelfde belanghebbende zal kwijtschelding niet meer aan de orde zijn.
Geen kwijtschelding boete
6.Opgelegde boetes kunnen niet worden kwijtgescholden. Wel kan het college ingevolge artikel 18a, lid 7 WWB en artikel 20a lid 7 van de IOAW en IOAZ van verdere invordering van een boete afzien in geval van dringende redenen.
Belemmeringen voor kwijtschelding
7.a. Het op basis van dit artikel genomen besluit tot (gedeeltelijk) afzien van terugvordering wordt ingetrokken, indien op een later tijdstip blijkt dat belanghebbende onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid. Indien de verstreken tijd tussen het tijdstip waarop kennis wordt genomen van de onjuiste dan wel onvolledige gegevensverstrekking en de datum waarop het kwijtscheldingsbesluit kenbaar werd gemaakt 5 jaar of meer bedraagt, wordt afgezien van een besluit tot intrekking.
Kwijtschelding wordt niet verleend indien de vordering wordt gedekt door hypotheek of pand op een goed of goederen, of deze mogelijkheid alsnog blijkt te bestaan.
Vorderingen die voortvloeien uit het Bbz 2004 komen niet in aanmerking voor kwijtschelding.
Als de debiteur beschikt over vermogen, dus als het geheel van bezittingen en schulden, inclusief de schulden aan het college, positief is, is er geen aanleiding om tot kwijtschelding van vorderingen over te gaan. Van een problematische schuldsituatie is dan geen sprake, de schuld kan zonder bezwaar worden afgelost. Dit geldt voor zowel verwijtbare als
niet-verwijtbare vorderingen.
e.De voorwaarden voor kwijtschelding gelden per vordering afzonderlijk.
HOOFDSTUK 4
Artikel 15
– Kwijtschelding openstaande vorderingen bij het voldoen aan de
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering en invordering WWB, IOAW en IOAZ en invordering bestuurlijke boete 2013