Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 16

– Het afkopen van vorderingen

Onderdeel van Beleidsregels terugvordering en invordering WWB, IOAW en IOAZ en invordering bestuurlijke boete 2013

Niet-verwijtbare vordering Van een niet-verwijtbare vordering kan – op verzoek van de debiteur – van verdere terugvordering worden afgezien indien hij: tenminste 2 ½ jaar overeenkomstig de vastgestelde betalingsregeling op de vordering heeft afgelost en een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restvordering, in één keer aflost, met inachtneming van de verdiencapaciteit van de debiteur en diens leeftijd. De betaling moet plaatsvinden binnen 6 weken nadat de gemeente met het verzoek tot afkopen heeft ingestemd. Indien de betaling niet tijdig wordt ontvangen, komt het besluit tot afkoop te vervallen. Fraudevorderingen Van een fraudevordering kan – op verzoek van de debiteur – van verdere terugvordering worden afgezien indien hij: tenminste vijf jaar overeenkomstig de vastgestelde betalingsregeling op de vordering heeft afgelost en een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restvordering, in één keer aflost, met inachtneming van de verdiencapaciteit van de debiteur en diens leeftijd en; niet opnieuw met een fraudevordering is geconfronteerd als gevolg van schending van de inlichtingenverplichting; De betaling moet plaatsvinden binnen 6 weken nadat de gemeente met het verzoek tot afkopen heeft ingestemd. Indien de betaling niet tijdig wordt ontvangen, komt het besluit tot afzien te vervallen. Belemmeringen bij afkoop 5.a. Het op basis van dit artikel genomen besluit om akkoord te gaan met het verzoek tot afkopen van de vordering wordt ingetrokken, indien op een later tijdstip blijkt dat belanghebbende onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid. Indien de verstreken tijd tussen het tijdstip waarop kennis wordt genomen van de onjuiste dan wel onvolledige gegevensverstrekking en de datum waarop het besluit tot afzien van de vordering kenbaar werd gemaakt 5 jaar of meer bedraagt, wordt afgezien van een besluit tot intrekking. Een verzoek tot afkopen van een vordering wordt afgewezen indien de vordering wordt gedekt door hypotheek of pand op een goed of goederen, of deze mogelijkheid alsnog blijkt te bestaan. Vorderingen die voortvloeien uit het Bbz 2004 komen niet in aanmerking voor afkoop. Als de debiteur beschikt over vermogen, dus als het geheel van bezittingen en schulden, inclusief de schulden aan het college, positief is, is er geen aanleiding om akkoord te gaan met het verzoek tot afkopen van een vordering. Van een problematische schuldsituatie is dan geen sprake, de schuld kan zonder bezwaar worden afgelost. Dit geldt voor zowel fraudevorderingen als niet-verwijtbare vorderingen. De voorwaarden voor het afkopen van een vordering gelden per vordering afzonderlijk.

Rechtspraak bij dit artikel