Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 8

– Verrekening in geval van lopende uitkering

Onderdeel van Beleidsregels terugvordering en invordering WWB, IOAW en IOAZ en invordering bestuurlijke boete 2013

1. Invulling van de bevoegdheid tot verrekening Voor niet-verwijtbare vorderingen maakt het college gebruik van de bevoegdheid om tot verrekening met de uitkering over te gaan (op grond van artikel 60 lid 3 WWB en artikel 28 lid 3 IOAW en IOAZ). Verrekening met uitkering van Capelle aan den IJssel Bij een lopende uitkering wordt zowel de fraudevordering als de niet-verwijtbare vordering alsmede de boete verrekend met de uitkering. De omvang van de afloscapaciteit wordt gesteld op het voor beslag vatbare bedrag. Eventueel relevant vermogen Bij het vaststellen van de betalingsverplichting op een fraudevordering moet tevens eventueel relevant vermogen worden beoordeeld. Dit vermogen dient te worden aangewend ter aflossing van de vordering. c.Aflossing op leenbijstand voor duurzame gebruiksgoederen Voor leenbijstand in duurzame gebruiksgoederen geldt dat de leenbijstand wordt afgelost met het voor beslag vatbare bedrag via verrekening met de uitkering. Pseudoverrekening / verrekening met uitkering van andere gemeente, UWV of SVB Indien een debiteur een uitkering ontvangt van het college van een andere gemeente (dan het college dat kosten van bijstand terugvordert of een boete heeft opgelegd), kan het college van die andere gemeente op verzoek van het college de vordering rechtstreeks verrekenen met de uitkering van die andere gemeente (artikel 60a lid 1 van de WWB en artikel 28 lid 4 van de IOAW en IOAZ). Hiervoor is geen machtiging nodig van de debiteur. Op dezelfde wijze is verrekening van een vordering mogelijk met het UWV en de SVB als de debiteur van deze instanties een uitkering ontvangt (artikel 60a lid 2 en lid 3 van de WWB en artikel 28 lid 4 van de IOAW en IOAZ). Indien een debiteur bij een andere gemeente een uitkering ontvangt, dan wel bij het UWV of SVB een uitkering heeft op bijstandsniveau, wordt de afloscapaciteit gesteld op het voor beslag vatbare bedrag van de uitkering. Indien de uitkering hoger is dan de bijstandsnorm, wordt de omvang van de afloscapaciteit berekend zoals aangegeven in artikel 9. Een eventuele betalingsregeling die is getroffen met de debiteur wordt gerealiseerd door middel van verrekening met de uitkering van de andere uitkeringsinstantie. Pseudoverrekening bij recidiveboete Bij het ontvangen van een verzoek van een andere gemeente of SVB, om bij een in Capelle aan den IJssel wonende debiteur de recidiveboete gedurende 3 maanden volledig met de Capelse uitkering te verrekenen, zonder beslagvrije voet, zal het college toepassing geven aan de Capelse “Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Capelle aan den IJssel 2013”, op dezelfde wijze als debiteuren die van deze gemeente een recidiveboete opgelegd krijgen. Indien het college een debiteur, die in een andere gemeente woont en aldaar uitkering ontvangt, een recidiveboete oplegt, wordt de andere gemeente gevraagd de recidiveboete met de uitkering te verrekenen conform de Capelse “Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Capelle aan den IJssel 2013”. Beslagvrije voet Bij het vaststellen van het termijnbedrag ter aflossing van de vordering moet de belanghebbende tenminste de beschikking houden over een bedrag gelijk aan de beslagvrije voet, als bedoeld in artikel 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel