In de volgende situaties is er geen sprake van een schadelijke handeling voor wat betreft de effecten van N-depositie als:
de totale N-depositie op het beschermd natuurmonument, inclusief de N-depositie op dat gebied van de beoogde situatie van de inrichting, lager is dan de meest kritische depositiewaarde van de te beschermen habitattypen binnen het natuurmonument, of;
de verandering van een bedrijf een toename van N-depositie op het beschermd natuurmonument tot gevolg heeft van minder dan 0,051 mol N/ha/jaar ten opzichte van de referentiesituatie als bedoeld in artikel 4.
het bepaalde in de aanhef en het tweede lid is niet van toepassing op bedrijven in categorie C en D, zoals bedoeld in artikel 5.
Paragraaf
Artikel 3