Naar hoofdinhoud
1. De referentiesituatie die geldt voor de toetsing of er voor wat betreft de N-depositie sprake is van een schadelijke handeling als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet1998, komt overeen met: de laatst verleende vergunning krachtens de Natuurbeschermingswet 1998, nadat deze gecorrigeerd is voor de vereisten van de AMvB Huisvesting; of de situatie overeenkomstig de op 7 december 2004 geldende vergunning krachtens de Wet milieubeheer of Hinderwet, of melding krachtens een AMvB op basis van de Wet milieubeheer of de Hinderwet, dan wel het Activiteitenbesluit, nadat deze gecorrigeerd is voor de vereisten van de AMvB Huisvesting, indien een vergunning als bedoeld onder a, ontbreekt. 2. Indien er na 7 december 2004 een expliciete intrekking van (een deel van) de vergunning kachtens de Wet milieubeheer of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of (een deel van) de melding krachtens een AMvB op basis van de Wet milieubeheer of de Hinderwet, dan wel het Activiteitenbesluit, heeft plaatsgevonden, dan geldt de situatie na de intrekking als referentiesituatie als bedoeld in lid 1. 3. Bij toepassing van paragraaf 3 geldt lid 1, sub a, dienovereenkomstig en anders het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit ingevolge artikel 10 van de Natuurbeschermingswet, mits deze gegevens beschikbaar zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel