**1.** Bedrijven als bedoeld in artikel 5, categorie A en B, kunnen een vergunning aanvragen als bedoeld in artikel 16 Natuurbeschermingswet 1998 en daarmee gelijktijdig aan Gedeputeerde Staten een verzoek doen om de N-depositie van de beoogde situatie op één of meer beschermde natuurmonumenten door middel van de depositiebank te salderen, voor zover die N-depositie 0,051 mol N/ha/jaar of meer hoger is dan de N-depositie in de referentiesituatie als bedoeld in artikel 4 en berekend volgens bijlage 2 van de verordening.
**2.** Bedrijven vallend onder categorie C kunnen alleen uitbreiden als hun N-depositie op de te beschermen habitattypen binnen het natuurmonument niet toeneemt.
**3.** Indien het gecorrigeerd emissieplafond overschreden wordt bij een bedrijf vallend onder categorie D als bedoeld in artikel 5, besluiten Gedeputeerde Staten over een aanschrijven tot het beperken van de bedrijfsomvang, dan wel het treffen van technische voorzieningen, waardoor:
bij een ten tijde van het inwerkingtreden van deze regeling reeds bestaande piekbelasting de depositie binnen een redelijke termijn daalt tot beneden 50% van de kritische depositiewaarde van een stikstofgevoelige habitat;
bij een nieuw optredende piekbelasting de depositie onmiddellijk teruggebracht wordt tot de waarde, die overeenkomt met het gecorrigeerde emissieplafond, indien de uitgangssituatie van het bedrijf in categorie C valt, dan wel tot ten hoogste 10% van de kritische depositiewaarde van een stikstofgevoelige habitat, indien de uitgangssituatie van het bedrijf in categorie A of B valt. In de laatstgenoemde situatie wordt rekening gehouden met de eventueel mogelijke saldering.
**4.** Bij de aanvraag worden in elk geval de volgende gegevens verstrekt door de aanvrager:
een afschrift van de vigerende omgevingsvergunning, dan wel bouwvergunning krachtens de Woningwet, of melding op basis van het Besluit landbouw milieubeheer, of van het Besluit melkrundveebedrijven;
de voor emissie/depositieberekeningen noodzakelijke berekeningsparameters voor het bedrijf als geheel: diersoorten en aantallen, huisvestingsystemen, locatie en hoogte van de emissiepunten, alsmede de overige emissiecondities, voor zover deze nog niet opgenomen zijn in de onder a. genoemde documenten;
een berekening van de N-depositie in zowel de uitgangs- als de beoogde situatie en de N-depositie horende bij de referentiesituatie als bedoeld in artikel 4;
een opgave van de te salderen toename in de maximale N-depositie boven de belasting in de referentiesituatie als bedoeld in artikel 4.
Paragraaf
Artikel 9