Naar hoofdinhoud

Artikel 4,

Zicht op inkomensverbetering

Onderdeel van Beleidsregel Langdurigheidstoeslag Stichtse Vecht 2013

In art. 36 van de WWB is bepaald dat er geen zicht op inkomensverbetering mag zijn. Dit moet begrepen worden als: geen mogelijkheid hebben om het inkomen door middel van vooruitgang op de arbeidsmarkt te vergroten tot boven de inkomensgrens van de langdurigheidstoeslag. Het is in individuele gevallen soms moeilijk vast te stellen of iemand in de toekomst wel of geen zicht heeft op een inkomensverbetering, dit is ook niet de bedoeling van de wetgever. In ieder geval wordt er kans op inkomens verbetering aanwezig geacht bij a degenen die op de datum aan het begin van de referteperiode van drie jaar studerende zijn. b degenen die tijdens de referteperiode hun studie hebben afgerond c degenen die op de datum aan het begin van de referteperiode een inkomen hadden van meer dan 110% van de bijstandsnorm. Zij worden om reden van zicht op inkomensverbetering uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag. Onder een studerende wordt verstaan iemand die aanspraak kan maken op de WTOS of WSF 2000. Studerenden worden uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag omdat zij in het algemeen zicht hebben op een inkomensverbetering. 2.In ieder geval hebben degenen recht die de laatste drie jaar geen inkomen hebben gehad boven de inkomensgrens van gemiddeld 110% van het bijstandsniveau.

Rechtspraak bij dit artikel