In deze verordening wordt verstaan onder:
a. De wet: de Wet werk en bijstand
b. Referteperiode: een periode van 60 maanden voorafgaand aan de peildatum
c. Peildatum: de datum waarop de belanghebbende langdurig een laag inkomen heeft en langdurig geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de wet
d. Inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede ‘een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan’ moet worden gelezen ‘de referteperiode’. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet, voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag als inkomen gezien
e. Gezin: het gezin zoals omschreven in artikel 4, eerste lid, onder c van de wet, zoals dit geldt vanaf 1 januari 2012
f. Bijstandsnorm: de norm bedoeld in artikel 5 onder c van de wet