De studiefaciliteiten worden verleend voor een door het college bij
de verlening te bepalen termijn, die wordt afgeleid van de normaal
te achten duur van de opleiding/activiteit, dan wel voor de
opgenomen termijn in het persoonlijk ontwikkelingsplan.
Het college kan de in het eerste lid bedoelde termijn met één jaar
verlengen, welke termijn alleen in bijzondere gevallen nogmaals met
maximaal een jaar kan worden verlengd.
De in het eerste en tweede lid bedoelde termijnen worden geacht in
elk geval te zijn verstreken op de datum, waarop het dienstverband
met de ambtenaar eindigt.