De overeenkomst met een minimum-urengarantie dient de volgende
afspraken te bevatten:
de werkgever verbindt zich, indien zich werkzaamheden
voordoen die een beroep op de arbeid van de oproepkracht
rechtvaardigen, het verrichten van deze werkzaamheden aan de
oproepkracht aan te bieden;
de oproepkracht verbindt zich in beginsel de werkzaamheden –
na daartoe opgeroepen te zijn – te verrichten;
een oproep door de werkgever dient ten minste 24 uur voor de
aanvang van de feitelijke werkzaamheden aan de oproepkracht
kenbaar gemaakt te worden. Daarbij dient de werkgever de
omvang van de werkzaamheden zo nauwkeurig mogelijk aan te
geven;
de werkgever verbindt zich in de overeenkomst de tijden te
vermelden, waarbinnen de werkzaamheden kunnen worden
verricht;
een oproep kan door de werkgever worden afgezegd en door de
oproepkracht worden geweigerd, indien de afzegging
respectievelijk de weigering uiterlijk twaalf uur voor de
aanvang van de feitelijke werkzaamheden aan de wederpartij
kenbaar wordt gemaakt. Indien de afzegging plaatsvindt
zonder de termijn van twaalf uur in acht te nemen, is de
werkgever gehouden loon te betalen als ware de werkzaamheden
feitelijk vervuld. Indien de weigering plaatsvindt zonder de
termijn van twaalf uur in acht te nemen, maakt de
oproepkracht zich schuldig aan plichtsverzuim;
indien gedurende een omschreven periode de oproepkracht niet
heeft gewerkt, terwijl de werkgever de oproepkracht ten
minste een omschreven aantal malen daartoe heeft
opgeroe-pen, en de oproepkracht alsdan niet verhinderd was
werkzaam te zijn wegens ziekte, kan genoemde omstandigheid
gelden als grond voor ontslag van de oproepkracht op grond
van artikel 8:13.
De overeenkomst zonder minimum-urengarantie dient minimaal de
afspraken te bevatten vermeld onder 1a, b en f.