Medewerker:De persoon, aangesteld in vaste dan wel tijdelijk dienst.
Leidinggevende:De direct leidinggevende van de medewerker, die leiding geeft aan de medewerker en die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling en beoordeling van de medewerker.
Naast hogere leidinggevende:De leidinggevende waaraan de direct leidinggevende verantwoording schuldig is.
Gesprekkencyclus:Het cyclisch proces van resultaatafspraken, plannen, begeleiden en ondersteunen, bijstellen en evalueren en beoordelen, gedurende een bepaald tijdvak aan de hand van een vaste cyclus van gesprekken tussen medewerker en leidinggevende.
Resultaatafspraak:Een objectieve maatstaf voor een te behalen resultaat of prestatie, respectievelijk een te verwerven competentie.
Planningsgesprek:Het gesprek tussen leidinggevende en medewerker waarin resultaatafspraken en afspraken over (competentie)ontwikkeling worden gepland en vastgesteld voor een bepaald tijdvak. De afspraken worden schriftelijk vastgelegd in het formulier gesprekkencyclus.
Voortgangsgesprek:Het gesprek tussen leidinggevende en medewerker, waarin de resultaatafspraken (tussentijds) worden geëvalueerd en indien nodig bijgesteld. Hiervan wordt schriftelijk verslag gedaan in het formulier gesprekkencyclus.
Resultaatgesprek:Het gesprek tussen leidinggevende en medewerker, waarin de resultaatafspraken worden geëvalueerd.
Beoordelen:Het oordelen over het functioneren van de medewerker door de leidinggevende tegen de achtergrond van de geformuleerde resultaatafspraken en competentieontwikkeling, vastgelegd in het formulier gesprekkencyclus.
Beoordelaar:De direct leidinggevende die de beoordeling opstelt.
Beoordelingsautoriteit:De naast hogere leidinggevende is de 2e beoordelaar die de door de leidinggevende opgestelde beoordelingen toetst en vaststelt.
Voor de functionarissen aan wie de algemeen directeur/ gemeentesecretaris rechtstreeks leiding geeft geldt dat de algemeen directeur/gemeentesecretaris de beoordeling opstelt als direct leidinggevende en vaststelt als zijnde de beoordelingsautoriteit.
De raadsgriffier wordt beoordeeld door het presidium (bestaande uit fractievoorzitters). Het presidium stelt de beoordeling op en fungeert tevens als beoordelingsautoriteit.
Beoordeelde:De medewerker die beoordeeld wordt.
Beoordelingsgesprek:Een gesprek tussen de leidinggevende en de medewerker waarin de leidinggevende zijn op schrift gestelde oordeel over de resultaat- en ontwikkelingsafspraken en het algeheel functioneren van de medewerker over een bepaald tijdvak, overhandigt en toelicht aan de medewerker.
SMART:Aanduiding voor de wijze waarop doelstellingen beschreven worden:
Specifiek: elk resultaat gaat over één onderwerp
Meetbaar: elk resultaat is beschreven in termen van hoeveel (kwantitatief) en hoe goed (kwalitatief)
Acceptabel: geaccepteerd door degene die verantwoordelijk is voor de realisatie van de doelstelling
Resultaatgericht: elk resultaat moet een concrete bijdrage leveren aan de organisatiedoelen
Tijdgebonden: bevat een aanduiding van tijd, wanneer moet het resultaat gerealiseerd zijn.