Voor de vervulling van sleutelfuncties, worden door het college specifieke procedures vastgesteld die kunnen afwijken van de in dit sociaal statuut opgenomen procedures. Voor de medewerkers werkzaam in een sleutelfunctie zijn overigens de waarborgen van dit sociaal statuut onverkort van toepassing.
Er wordt door of namens het college van burgemeester en wethouders een functieboek vastgesteld.
Alle medewerkers krijgen inzage in het functieboek en de beschikking over een formulier waarop ze hun belangstelling kenbaar kunnen maken, dan wel of ze in aanmerking willen komen voor een regeling in het kader van flankerend beleid als opgenomen in dit sociaal statuut.
Elke medewerker kan voor maximaal drie functies zijn voorkeur kenbaar maken. Daaronder is in ieder geval de functie die naar zijn mening het meest vergelijkbaar is met zijn bestaande functie.
De plaatsingscommissie beoordeelt aan de hand van de beschrijvingen in het functieboek en de belangstellingsregistratie, de mogelijkheden voor plaatsing van de medewerker. Op grond van haar bevindingen stelt de plaatsingscommissie een ontwerp-plaatsingplan op. Op basis van dit concept-plaatsingsplan worden door de plaatsingscommissie gesprekken gevoerd met de medewerkers over de voorgenomen plaatsing.
De leidinggevende functies worden eerst ingevuld alvorens te starten met de plaatsing van de medewerkers in andere functies. De (nieuwe) leidinggevende kunnen door de plaatsingscommissie worden gevraagd als adviseur op te treden bij de plaatsing van de overige functies.
Op basis van verzamelde gegevens adviseert de plaatsingscommissie door middel van het definitieve herplaatsingsplan het college over de herplaatsing van de betrokken ambtenaren. Het advies kan betrekking hebben op een herplaatsing, dan wel op het vooralsnog niet aanbieden van een passende of geschikte functie.
Het college informeert de medewerker schriftelijk over het advies van de plaatsingscommissie.
Indien er geen plaatsingscommissie is gevormd neemt het college een voorgenomen besluit over de plaatsing.