Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 24

Plaatsingscommissie

Onderdeel van Sociaal statuut

In het kader van plaatsing in functies kan er een plaatsingscommissie worden gevormd. Het besluit over het al dan niet vormen van een plaatsingcommissie en de samenstelling daarvan wordt genomen nadat daarover overeenstemming is bereikt in het overleg met de commissie voor het Georganiseerd Overleg als bedoeld in artikel 4, lid 1. De plaatsingscommissie bepaalt haar eigen werkwijze met inachtneming van de in het sociaal statuut vastgestelde regels. De plaatsingscommissie is, met inachtneming van de in het sociaal statuut vastgestelde regels bevoegd tot: het adviseren van het college met betrekking tot de plaatsingvolgorde van de betrokken medewerkers; de plaatsingsmogelijkheden van de betrokken ambtenaren; het raadplegen van functionarissen en groepen van personen die zij voor haar werk van belang acht; het oproepen en horen van betrokken medewerkers; het inzien van de voor het uitbrengen van een advies benodigde administratieve gegevens over de medewerker. Aan de plaatsingscommissie wordt in elk geval ter hand gesteld: het functieboek en formatieplan; informatie over opleiding en ervaring en andere administratieve gegevens van de medewerker; het resultaat van de kenbaar gemaakte voorkeuren. Een oordeel over het functioneren kan door de leden van de plaatsingscommissie alleen aan de direct leidinggevende van de medewerker worden gevraagd. De vergaderingen van de plaatsingscommissie zijn besloten. De leden van de plaatsingscommissie en de informanten zijn gehouden tot geheimhouding tegenover derden (behoudens de werkgever en de gemeentesecretaris) van alle vertrouwelijke gegevens die hun bij het vervullen van hun taak ter kennis komen, tenzij de medewerker schriftelijk toestemming geeft hiervan af te wijken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel