Erfpacht is een methode van gronduitgifte die al een lange geschiedenis kent. Sinds de oudheid werd het toegepast om woeste gronden te ontginnen. De investeringen om die gronden om te vormen tot vruchtbare landbouwgronden zijn aanzienlijk, denk aan irrigatie en bodemverbetering, terwijl de voordelen in de vorm van oogsten pas gedurende de jaren beschikbaar komen. Wanneer de landeigenaar zelf niet beschikte over de financiële mogelijkheid om de gronden tot ontwikkeling te brengen, gaf hij de gronden uit in erfpacht. De erfpachter was verzekerd van een langdurig recht om het land te mogen bewerken en had zodoende genoeg zekerheid om de investeringen te doen. Erfpacht geeft aan de erfpachter dus het recht om de grond van iemand anders te gebruiken op een vooraf overeengekomen wijze. Voor het gebruik van de grond wordt doorgaans een periodieke vergoeding betaald, de erfpachtcanon. In vroeger tijden was dat meestal een gedeelte van de opbrengst van de gronden, zodat de canon in natura kon worden voldaan. Tegenwoordig is de canon meestal een geldelijke vergoeding. In een akte worden afspraken gemaakt over de duur van de erfpacht, de periodieke canon, de gebruiksmogelijkheden van de grond, de overige verplichtingen van de erfpachter en over wat er gebeurt na afloop van de erfpacht. Erfpacht is in Nederland wettelijk geregeld sinds de invoering van het Burgerlijk Wetboek in de eerste helft van de negentiende eeuw. In titel 7 van boek 3 staan de algemene regelingen die op erfpacht betrekking hebben. Bij de invoering van het Nieuw Burgerlijk Wetboek kreeg erfpacht een plaats in boek 5, titel 7, artikelen 85-100 (zie hiervoor bijlage III). In het Burgerlijk Wetboek zijn diverse zaken geregeld omtrent erfpacht. In de meeste gevallen is het mogelijk om afwijkende afspraken te maken tussen eigenaar en erfpachter. Van belang is dat die afspraken duidelijk worden vastgelegd in een akte, die door een notaris wordt opgemaakt en in het Kadaster wordt bijgeschreven. Kenmerkend is dat erfpacht een zakelijk recht is. Dat betekent, dat het recht is gekoppeld aan de zaak (de kavel grond) en niet aan de persoon (de eigenaar of de erfpachter). Het gevolg is dat het mogelijk is om het erfpachtrecht te verkopen, met leningen te belasten, of door vererving over te laten gaan op de nazaten van de erfpachter. Ook is het mogelijk om de blote eigendom – dat is de juridische term voor het eigendom van een kavel grond die is belast met een erfpachtrecht – op dezelfde manier te belasten. Overigens is het mogelijk om in de akte beperkingen op te nemen bij de verhandelbaarheid van het erfpachtrecht. In deze nota spreken we verder gemakshalve van “eigendom” en “eigenaar” waar de blote eigendom wordt bedoeld.