Tot aan het einde van de negentiende eeuw werd erfpacht in Nederland vooral toegepast bij agrarische gronden en bij de winning van delfstoffen. Met de opkomende industrialisatie en de trek naar de stad gingen de gemeenten in Nederland zich steeds nadrukkelijker bezig houden met de stedelijke ontwikkeling. Hiervoor werd in veel gevallen erfpacht gebruikt. De gemeente kocht de gronden aan de rand van de stad op of onteigende die, en gaf bouwkavels in erfpacht uit aan particulieren die daarop woningen ontwikkelden. De systematiek van erfpacht zorgde er voor dat de gemeente kon bepalen wat er op die bouwkavels werd ontwikkeld en maakte het mogelijk om de betaling te laten gebeuren in termijnen, de jaarlijkse erfpachtcanons. Met de komst van de woningbouwverenigingen nam de stedelijke ontwikkeling en de praktijk van uitgifte in erfpacht een grote vlucht en in de eerste helft van de negentiende eeuw was het een gebruikelijke methode van gronduitgifte in Nederlandse steden. Naarmate het juridische instrumentarium van gemeenten zoals bestemmingsplannen en bouwvergunningen groeide, nam het belang van erfpacht af. Zo werd in 1963 de Wet op de Ruimtelijke Ordening ingevoerd. Veel gemeenten in Nederland gingen na de Tweede Wereldoorlog over tot gronduitgifte in eigendom. Voor actieve grondpolitiek, waarbij de gemeente sturing wil geven aan de stedelijke ontwikkeling door het verwerven, bouwrijp maken en uitgeven van gronden, is erfpacht namelijk geen voorwaarde. Gronduitgifte in erfpacht kan in hoofdzaak op drie manieren gebeuren. Bij een tijdelijk erfpachtrecht wordt bij de uitgifte afgesproken wanneer de erfpacht eindigt en wat er op dat moment met grond en opstallen gebeurt. In het verleden werd deze methode veelvuldig toegepast. Een nadeel van deze methode is dat de erfpachter naarmate de einddatum nadert minder geneigd zal zijn om te investeren in de opstallen. De canonverplichting kan worden afgekocht voor de duur van het erfpachtrecht. Gebruikelijke erfpachttermijnen zijn 25, 50 of 75 jaar. Ook tijdelijke erfpacht voor 99 jaar komt wel voor. Een voortdurend erfpachtrecht kent geen einddatum. Wel is het recht verdeeld met tijdvakken. De akte van erfpachtuitgifte omschrijft op welke manier de canon na afloop van elk tijdvak wordt herzien. Ook hier is het mogelijk om de canonverplichting af te kopen, meestal niet voor langer dan de duur van het lopende tijdvak. Een tijdvak duurt veelal 25, 50 of 75 jaar. Tenslotte kennen we het eeuwigdurende erfpachtrecht. Hierbij gelden geen afloopdatum en geen tijdvakken. Ook hier geldt dat het mogelijk is de canonverplichting af te kopen. In Vlaardingen komen twee varianten voor: zowel de tijdelijke erfpacht als de eeuwigdurende erfpacht. In het spraakgebruik wordt een tijdelijk erfpachtrecht met een termijn van 99 jaar ook wel eeuwigdurend genoemd, maar dat is niet correct. Erfpacht is een privaatrechtelijk instrument, dat niet alleen door gemeenten wordt toegepast. Ook particulieren kunnen gronden in erfpacht uitgeven. Grootgrondbezitters zoals de adel en kerkgenootschappen hebben dat ook veelvuldig gedaan. Wanneer een overheid overgaat tot uitgifte in erfpacht, is de tweewegenleer van belang. Deze bepaalt in hoofdlijnen dat een overheid slechts beperkt zaken kan afdwingen via het privaatrecht indien daarvoor goede publiekrechtelijke instrumenten bestaan. Bovendien gelden de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals redelijkheid en billijkheid, ook bij privaatrechtelijke handelingen van overheden. Het betekent concreet dat de gemeente enigszins beperkt is in de kwalitatieve verplichtingen die zij via erfpacht mag opleggen. Het oordeel daarvoor is aan de rechter. Rondom erfpacht is inmiddels een uitgebreide jurisprudentie ontstaan. Zo worden oude afspraken waarbij is bepaald dat de erfpachter bij het einde van de tijdelijke erfpacht geen enkele vergoeding ontvangt voor de opstal, door de rechter in het geval de erfverpachter een overheidsorgaan is nietig verklaard. Dit wordt gezien als strijdig met de beginselen van redelijkheid en billijkheid en in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3
Geschiedenis en toepassing in Nederland
Onderdeel van Nota erfpacht gemeente Vlaardingen