Bij het doorrekenen van de erfpachtportefeuille is het noodzakelijk een aantal aannames te doen. De belangrijkste redenen hiervoor zijn het feit dat de portefeuille zowel tijdelijke als eeuwigdurende rechten bevat, dat nu een inschatting van de taxatiewaarde van alle gronden nodig is en dat de toekomstige beslissingen van erfpachters nu niet bekend zijn. In paragraaf 7.2 staat een korte herhaling van de methodiek zoals beschreven in hoofdstuk 5. Vervolgens staan in paragraaf 7.3 de uitgangspunten en de aannames die zijn gehanteerd voor de berekeningen. Paragraaf 7.4 bevat de meest relevante uitkomsten van de berekeningen en in paragraaf 7.5 beschrijft de bevindingen bij de berekeningen. Het hoofdstuk eindigt met 7.6 waar de resultaten van 2013 tot en met 2097 worden beschreven. Conclusies
Wanneer het in hoofdstuk 6 voorgestelde beleid wordt toegepast op de erfpachtportefeuille, wordt duidelijk dat op termijn substantiële incidentele opbrengsten ontstaan voor de gemeente. Dat komt door de koopsommen bij omzetting in eigendom van de tijdelijke rechten. Daarnaast gaan de structurele inkomsten stijgen door de nieuwe canons bij heruitgifte van erfpachtrechten. In de berekeningen is verondersteld dat de helft van de houders van tijdelijke erfpachtrechten bij einde looptijd overgaan tot koop van de blote eigendom, de andere helft kiest bij einde looptijd voor een heruitgifte van zijn erfpachtrecht. In de praktijk zal het beeld gemengd zijn: in sommige gevallen zal eerder heruitgifte plaatsvinden. Ook zullen er erfpachters zijn die al vóór het aflopen van de tijdelijke erfpacht overgaan tot omzetting in eigendom.
Hoofdstuk 7
Artikel 7.1
Inleiding, leeswijzer en conclusies
Onderdeel van Nota erfpacht gemeente Vlaardingen