Het college biedt de raad jaarlijks, bij de behandeling van de
begroting, een paragraaf grondbeleid aan. In deze paragraaf wordt tenminste ingegaan op:
De visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de
doelstellingen van de programma’s die zijn opgenomen in de gemeentelijke
meerjarenbegroting; hierin komt het instrumentele karakter van het grondbeleid tot uitdrukking;
Een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid
uitvoert;
Een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de
totale grondexploitatie
Een onderbouwing van de geraamde winstneming;
Beleidsuitgangspunten omtrent reserves voor grondexploitatie in
relatie tot de risico’s die daaraan verbonden zijn.
In de paragraaf grondbeleid in het jaarverslag wordt
gerapporteerd over de in de begroting aangegeven onderwerpen.
Jaarlijks biedt het college de raad de nota MPG ter vaststelling
aan.
Bij de tussentijdse informatievoorziening biedt het college de
raad een rapportage Grond-bedrijf aan.
Tenminste één keer per raadsperiode stelt de raad op voorstel
van het college een nota
Grondbeleid en een nota Financiële kaderstelling Grondbedrijf vast. De
nota Financiële kaderstelling bevat in ieder geval nadere bepalingen voor
de begroting, nota MPG, tussentijdse informatievoorziening en de
jaarrekening;
de financiële organisatie van het Grondbedrijf;
het instellen, samenvoegen, splitsen of opheffen en waardering
van (sub)complexen en de inrichting van de exploitatiebegroting per (sub)complex;
de financiering van het Grondbedrijf.