Bijlage 1 Protocol indicatiestelling Hulp bij het Huishouden
Wmo Alkmaar 2011
1. Hulp bij het Huishouden
Op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is elke gemeente in Nederland verplicht voor haar inwoners Hulp bij het Huishouden beschikbaar te stellen [5]. De voorwaarden waaronder kan de gemeente deels zelf bepalen. De gemeente Alkmaar heeft in haar verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2012 vastgelegd wat zij onder Hulp bij het Huishouden verstaat [6]:
“Het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van het verzorgen van het huishouden waar de situatie van belanghebbende leidt of dreigt te leiden tot het disfunctioneren van het verzorgen van het (gezins)huishouden van een persoon met beperkingen.”
2. Definities
Gebruikelijke zorg: de normale, dagelijkse ondersteuning die huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden omdat ze als leefeenheid een gezamenlijk huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden.
Mantelzorg: is langdurige ondersteuning die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt [7].
Mantelzorg vindt plaats op basis van vrijwilligheid, dat wil zeggen dat de mantelzorger bereid en in staat is de ondersteuning te leveren.
Zorgvrager: is degene die een gezondheidsprobleem heeft en daardoor beperkingen ondervindt in de zelfredzaamheid.
Leefeenheid: een eenheid bestaande uit gehuwden/samenwonenden die al dan niet tezamen met een of meer ongehuwde minderjarige(n) duurzaam een huishouden voeren, dan wel uit een meerderjarige (on)gehuwde die met een of meer ongehuwde(n) duurzaam een huishouden voert.
Hiermee worden dus ook inwonende familie, in den brede zin, zoals ouders of meerjarige kinderen bedoeld.
Geen leefeenheid: kamerhuurder, kloosterlingen, ouderen of gehandicapten die omwille van hun zorgbehoefte op één adres ieder zelfstandig wonen.
Partner: de echtgenoot of geregistreerde partner
Huisgenoot: de persoon die met de zorgvrager een hoofdverblijf heeft in dezelfde woning, waar ze met elkaar, als leefeenheid, een gezamenlijke huishouding voeren.
Maatschappelijke participatie: iedere volwassen burger wordt verondersteld naast een volledige baan of volledige opleiding een huishouden te kunnen voeren. In geval van een meerpersoonshuishouden staat het hebben van een full-time baan (36 uur of 40 uur in de week) of het volgen van een opleiding het leveren van gebruikelijke zorg per definitie niet in de weg. Dit moet van geval tot geval worden bekeken.
Gebruikelijke zorg gaat voor op andere activiteiten van leden van de leefeenheid in het kader van hun maatschappelijke participatie.
Uitstelbare en niet-uitstelbare taken
Uitstelbare taken, zijn taken die enkele dagen of langer uitgesteld kunnen worden. Ze kunnen over het algemeen eenmaal per week uitgevoerd worden zonder dat dit directe schade/gevaar oplevert voor de cliënt en/of (zorgafhankelijke) huisgenoten. Uitstelbare taken zijn: boodschappen doen, licht huishoudelijk werk zoals stof afnemen, zwaar huishoudelijk werk, zoals stofzuigen, keuken/badkamer/toilet schoonmaken, bedden verschonen en wasverzorging, etc.
Niet-uitstelbare taken zijn taken, die niet uitgesteld kunnen worden, omdat uitstel ontoelaatbare schade kan veroorzaken op het gebied van hygiëne, veiligheid of gezondheid van de cliënt en/of (zorgafhankelijke) huisgenoten. Niet uitstelbare taken zijn: maaltijden verzorgen, (kleine) kinderen voeden en verzorgen, afwassen en opruimen, vuilnis opruimen/afvoeren. Sommige van deze taken moeten dagelijks (meermaals) uitgevoerd worden, voor andere is beperkt uitstel (één tot enkele dagen) mogelijk.
Indicatiearts: indien de klantmanager geen indicatie kan stellen omdat er bijvoorbeeld eerst een medische diagnose moet zijn, dan wordt een externe arts ingeschakeld. De indicatiearts bekijkt welke medische beperkingen een cliënt heeft.
Hardheidsclausule:
Wanneer een afwijzing leidt tot kennelijke onredelijkheid en/of onbillijkheid gezien de situatie van de zorgvrager kan de klantmanager afwijken van het protocol Hulp bij het huishouden. Deze laatste moet de afwijking duidelijk motiveren.
3. Toegangsbeoordeling
De klantmanager heeft de (gezondheids)situatie van de cliënt onderzocht. Hieruit blijkt dat hij behoefte heeft aan hulp bij huishoudelijke werkzaamheden. Daarbij geldt dat er geen onderscheid gemaakt wordt op basis van sekse, religie, cultuur, de wijze van inkomensverwerving of persoonlijke opvattingen over het verrichten van huishoudelijke taken.
Uitgangspunt bij de toegangsbeoordeling is het volgende: als er adequate mogelijkheden zijn om de beperkingen van de cliënt te compenseren dan worden deze in mindering gebracht op de hulpvraag van de cliënt. Zij zijn daarmee voorliggend op de Wmo. Dit kan leiden tot een toekenning van minder of geen Hulp bij het Huishouden. Onderstaand zijn de situaties beschreven (en de uitzonderingen daarop), die kunnen leiden tot geen of minder Hulp bij het Huishouden.
3.1. Behandeling, revalidatie
Wanneer er voor een aandoening, die de oorzaak vormt voor de huishoudelijke beperkingen, naar mening van de indicatiearts en in overleg met de behandelsector nog behandelmogelijkheden bestaan, kan in de regel geen Hulp bij het Huishouden worden geïndiceerd.
Het is wel mogelijk Hulp bij het Huishouden te indiceren naast een revalidatieprogramma wanneer dit past in het behandelplan. Er is telkens afstemming nodig met de behandelsector. De geldigheidsduur is afhankelijk van het behandelplan.
Ook wordt een mogelijke afwijzing van een (voorliggende) behandeling op eigen keuze door de aanvrager mee gewogen in de besluitvorming
3.2. Gebruikelijke zorg
Gebruikelijke zorg is ‘de normale, dagelijkse ondersteuning die partners, ouders, inwonende kinderen en/of andere huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden’. In de toegangsbeoordeling wordt rekening gehouden met de mogelijkheden die een partner, of andere huisgenoot heeft in de verzorging van het huishouden. Het uitgangspunt is dat een leefeenheid zelf verantwoordelijk is voor het eigen huishouden, de eigen gezondheid, levensstijl en de wijze waarop het huishouden wordt gevoerd. Huisgenoten nemen daarom de huishoudelijke taken over, die de cliënt zelf niet (meer) uit kan voeren (de gebruikelijke zorg). Uitgangspunt is dat gebruikelijke zorg vóór gaat op Hulp bij het Huishouden in het kader van de Wmo, omdat Hulp bij het Huishouden alleen geboden kan worden ter aanvulling op de eigen mogelijkheden.
Daarbij wordt het volgende in aanmerking genomen:
- - Leeftijd van de huisgenoot. De leeftijd van de huisgenoot is mede bepalend of deze mogelijkheden heeft om gebruikelijke zorg uit te voeren. Van huisgenoten van:
- - 23 jaar en ouder wordt verwacht dat zij alle huishoudelijke taken overnemen, die de cliënt niet kan verrichten;
- - 18 jaar tot en met 22 jaar wordt verwacht dat zij een deel van de huishoudelijke taken overnemen ter grootte van een eenpersoonshuishouden. Hiertoe behoren: het schoonhouden van de sanitaire ruimte, keuken, één kamer, het doen van de was en boodschappen, het verzorgen van de maaltijden, afwassen en opruimen, eventueel begeleiden van jongere gezinsleden. Let op: verschillende onderdelen hebben een hogere vervuilingsgraad wanneer meerdere personen hiervan gebruik maken. Dit valt buiten de taken van de 18-23 jarige. Te normeren naar 2 uur uitstelbare, zware huishoudelijke taken en 3 uur lichte, niet uitstelbare huishoudelijke taken per week.
- - 13 jaar tot en met 17 jaar wordt verwacht dat zij naar eigen mogelijkheid ingezet worden bij huishoudelijk werk zoals opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen/vaatwasser, boodschappen doen, kleding in wasmand doen, hun eigen kamer op orde houden dwz; rommel opruimen, stofzuigen, bed verschonen
- - 6 jaar tot en met 12 jaar wordt verwacht dat zij naar eigen mogelijkheid ingezet worden bij licht huishoudelijk werk zoals opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen/vaatwasser, een boodschap doen, kleding in wasmand doen e. 0 tot en met 5 jaar wordt geen bijdrage verwacht.
- - Beperkingen en overbelasting
- - Indien er gebruikelijke zorg geleverd kan worden gaat dit vóór op Hulp bij het Huishouden voor zover degene die de gebruikelijke zorg kan leveren beschikbaar is én in staat is om de noodzakelijke huishoudelijke taken uit te voeren. Onderzocht wordt daarom of de huisgenoten gezond en niet (dreigend) overbelast zijn. Als zij aantoonbaar te maken hebben met ziekte of aandoeningen en daaruit voortvloeiende beperkingen bij het verrichten van huishoudelijke taken en/ of (dreigend) overbelast zijn, waardoor zij de huishoudelijke taken niet uit kunnen voeren, dan kan toekenning van Hulp bij het Huishouden overwogen worden. Overbelasting is meer belasten dan het prestatievermogen toelaat. Hierbij moeten de draagkracht en de draaglast goed in kaart gebracht worden. De beperkingen in de belastbaarheid dienen te worden beoordeeld door of onder verantwoordelijkheid van een arts. Indien van toepassing en nodig wordt informatie opgevraagd in de behandelende sector. De indicatiearts dient betrokken te worden bij het eindoordeel.
- - Gebrek aan kennis
- - Het feit dat een huisgenoot de taken niet uit kan voeren, omdat hij niet weet hoe dat moet, is geen reden voor toekenning. Er kan dan kortdurend (ca. 6 weken) Hulp bij het Huishouden toegewezen worden met als doel het aanleren van de noodzakelijke taken.
- - Afwezigheid
- - Fysieke afwezigheid van de huisgenoot geldt in principe niet als reden voor toekenning. Ieder (volwassen) mens wordt geacht een volledige school- of werkweek (inclusief reistijden) te hebben en deze te combineren met zijn huishoudelijke taken. Afwezigheid vanwege school- of arbeidsgerelateerde activiteiten heeft niet tot gevolg dat de persoon deze huishoudelijke taken niet kan doen, maar dat hij de uitvoering van de huishoudelijke taken plant op momenten waarop hij wel thuis is. Ook afwezigheid vanwege overwerk, vrijwilligerswerk, sportactiviteiten etc. leiden niet tot toekenning van Hulp bij het Huishouden. De verantwoordelijkheid voor het huishouden gaat immers voor op andere activiteiten. De huisgenoot dient daarom zoveel mogelijk te streven naar een zodanig activiteitenprogramma, dat zijn verantwoordelijkheden thuis daar niet onder lijden. Uiteraard zal dit van geval tot geval bekeken worden. Dit om te voorkomen dat de afwijzing van een aanvraag van Hulp bij het Huishouden vanwege de fysieke afwezigheid van de huisgenoot zal leiden tot een onredelijke/onbillijke situatie. Een andere uitzondering geldt voor tijdelijke zeer drukke werkbelasting als gevolg van seizoensarbeid en voor personen die vanwege arbeid langdurig van huis zijn(meer dan 5 etmalen), waardoor zij de uitstelbare taken te lang niet kunnen verrichten. Echter, van de huisgenoot wordt in die gevallen verwacht, dat hij ernaar streeft om deze situatie zo kortdurend mogelijk te laten zijn.
- - Horen huisgenoten
- - Als er huisgenoten zijn, die gebruikelijke zorg leveren, dan hoort de klantmanager die huisgenoten altijd persoonlijk in het kader van het indicatieonderzoek.
- - Kindverzorging en opvang
- - Bij uitval van één van de ouders is de andere ouder verplicht de zorg voor de kinderen over te nemen. Ook dit wordt gezien als gebruikelijke zorg.
- - Gebruikelijke zorg voor kinderen omvat de aanwezigheid (toezicht, ook wel ‘opvang’ genoemd) van een verantwoordelijke ouder of derde persoon en de ‘verzorging’ van het kind conform de leeftijd en ontwikkeling van het kind.
- - Voor verzorging en opvang van kinderen geldt als uitgangspunt, dat het gebruik van kinderopvang of crèche als algemeen gebruikelijke voorliggende voorziening (zie ook 3.3 voorliggende voorzieningen) redelijk is tot 5 dagen per week. Als dit niet beschikbaar of adequaat is en eventueel andere voorliggende mogelijkheden uitgeput zijn [8], dan kan er een indicatie zijn voor maximaal 40 uur per week voor een periode van 3 maanden voor oppas en opvang. Structurele opvang van kinderen in het kader van de Wmo is niet mogelijk. Als degene die de gebruikelijke ondersteuning kan leveren niet beschikbaar is (degene die deze ondersteuning zou moeten leveren is niet aanwezig of heeft zelf beperkingen) dan is Hulp bij het Huishouden op tijdelijke basis mogelijk als er sprake is:
- - van ontwrichting of calamiteiten
- - van een situatie waarin de ouder(s) de gelegenheid nodig hebben om zelf opvang te regelen/organiseren
- - Wanneer de eigen mogelijkheden reeds maximaal worden gebruikt of afwezig zijn of er is overbrugging nodig in noodgevallen, dan kan hulp bij het huishouden ca 3 maanden worden ingezet.
- - Terminale zorg of chronische situaties
- - Als huisgenoten en mantelzorgers zwaar belast worden met zorgtaken door een chronische situatie van degene die zij moeten verzorgen kunnen de normeringen betreffende gebruikelijke zorg soepeler worden gehanteerd. Wanneer er aanspraak wordt gedaan op Hulp bij het Huishouden in verband met een sterk verkorte, bekende levensverwachting is overleg nodig tussen de indicatiearts en de huisarts.
- - Respijtzorg gebruikelijke zorger
- - Om een gebruikelijke zorger tijdelijk te ontlasten, kan er een kortdurende indicatie hulp bij het huishouden worden afgegeven om overbelasting te voorkomen.
3.3. Voorliggende voorzieningen
- - Wettelijk voorliggende voorziening
- - Een wettelijk voorliggende voorziening is een voorziening die is neergelegd in een andere regelgeving. Hierbij kan gedacht worden aan werkvoorzieningen (wet Werk en inkomen naar arbeid), zorgvoorzieningen (AWBZ, zorgverzekering) en inkomensondersteunende voorzieningen (Wet werk en bijstand). Er kan geen indicatie gesteld worden wanneer er een wettelijk voorliggende voorziening bestaat omdat deze een passende oplossing biedt voor de hulpvraag van de cliënt. Beschikbaarheid (zoals wachtlijsten) is niet relevant. Hiermee wordt voorkomen dat de ene wet zijn verplichtingen afschuift op een andere wet.
- - Algemeen Gebruikelijke voorziening
- - Er wordt geen of minder Hulp bij het Huishouden gegeven als de hulpvraag van de cliënt opgeheven kan worden door een voorziening die voor de cliënt algemeen gebruikelijk is.
- - Algemeen gebruikelijke voorzieningen dienen uit het ter beschikking staande inkomen van de cliënt te worden betaald.
- - Algemeen gebruikelijke voorzieningen voldoen in de regel aan de volgende drie voorwaarden:
- - de voorziening is niet speciaal ontwikkeld en bedoeld voor mensen met een beperking (en is dus ook door personen zonder beperkingen als normale voorziening te gebruiken);
- - is (in principe) overal te koop;
- - en is niet duurder dan vergelijkbare producten.
- - Algemeen gebruikelijke voorzieningen, die voorliggend op Hulp bij het Huishouden beschouwd worden, zijn bijvoorbeeld de kinderopvang (crèche, kinderdagverblijf, overblijfmogelijkheden op school, voor- of naschoolse opvang), oppascentrales, maaltijddiensten, hondenuitlaatservice, boodschappendiensten [9] enz.
- - Maaltijdverzorging: in principe is de maaltijdendienst voorliggend als de cliënt beperkingen heeft bij het bereiden van de warme maaltijd. Bij een gezin met kinderen kan er echter wel tijd worden geïndiceerd voor het klaarmaken van een totale maaltijd.
- - Een algemeen gebruikelijke voorziening is voorliggend als hij:
- - beschikbaar is (= in de min of meer bereikbare omgeving van de cliënt)
- - én een adequate oplossing voor het probleem van de cliënt biedt.
- - Als dat niet het geval is, dan is er (al dan niet tijdelijk) geen sprake van een voorliggende voorziening.
- - Niet relevant is:
- - of de cliënt gebruik wil maken van een voorliggende voorziening. Hij kan zijn probleem desgewenst ook op een andere (eigen) manier oplossen;
- - welke kosten aan de algemeen gebruikelijke voorziening zijn verbonden, tenzij sprake zou kunnen zijn van een zogenaamd laag inkomen als geldt bij het begrip algemeen gebruikelijk: een inkomen dat door kosten op grond van de ziekte of het probleem onder de bijstandsnorm uitkomt of dreigt uit te komen door deze kosten.
- - In de toegangsbeoordeling wordt ook rekening gehouden met de voorzieningen waar de cliënt al gebruik van maakt op het gebied van wonen, welzijn en zorg en die een adequate oplossing bieden voor zijn probleem. Deze kunnen niet vervangen worden door Hulp bij het Huishouden.
- - Technische hulpmiddelen
- - Er is geen indicatie voor hulp bij het huishouden wanneer de problemen van een cliënt afdoende kunnen worden opgelost met technische hulpmiddelen. Hulpmiddelen kunnen bestaan uit algemeen gebruikelijke huishoudelijke apparatuur, zoals een wasmachine of stofzuiger. Deze hulpmiddelen dienen uit oogpunt van verantwoorde werkomstandigheden voor een ieder aanwezig te zijn die helpt in het huishouden. Apparaten als een droogtrommel en afwasmachine hebben de voorkeur boven het inzetten van hulp. De aanschaf hiervan is vooralsnog niet afdwingbaar omdat een droogtrommel en afwasmachine geen algemeen gebruikelijke apparaten zijn.
- - Huisdieren
- - Voor het uitlaten van huisdieren bestaan voorliggende voorzieningen. Het hebben van een huisdier is een keuze. Extra schoonmaak in verband met dieren kan geïndiceerd worden voor maximaal 6 weken in een acute situatie waarna zelf een oplossing gezocht moet worden.
- - Extra schoonmaak ten behoeve van hulphonden is geen keuze en kan structureel vallen onder hulp bij het huishouden.
- - Particuliere hulp
- - Dit is geen voorliggende voorziening. Wanneer iemand beperkingen heeft in het huishouden en daardoor aanspraak zou maken op Wmo-ondersteuning, maar gebruik maakt van particuliere hulp, is dat een keuze van de cliënt. Dit heeft geen invloed op de indicatie, tenzij ervoor gekozen wordt deze hulp op eigen kosten te continueren, waardoor er geen of minder behoefte meer is aan Hulp bij het Huishouden.
- - Vrijwilligers
- - Een vrijwilligersdienst is geen voorliggende voorziening. Vrijwilligerswerk is niet afdwingbaar.
- - Als vrijwilligers hun diensten structureel in willen zetten, dan wordt in overleg met de betrokkene de ondersteuning hierop aangepast.
3.4. Mantelzorg
In de toegangsbeoordeling wordt ook rekening gehouden met de mogelijkheden van de mantelzorg. Onderzocht wordt of de mantelzorger (bepaalde) huishoudelijke taken nu en in de toekomst kan en wil blijven geven. Dit houdt bijvoorbeeld in dat wordt gekeken naar de gezondheid van de mantelzorger en eventuele (dreigende) overbelasting. Daarnaast wordt ook bekeken of de cliënt de mantelzorg wil (blijven) ontvangen. Als dat het geval is, dan worden deze taken in mindering gebracht op de toe te kennen Hulp bij het Huishouden. Dit gebeurt alleen als de aanvrager zelf aangeeft dat de mantelzorger (bijvoorbeeld een uitwonend kind) wel vrijwillig huishoudelijke taken zoals bijvoorbeeld het wasgoed wil blijven doen. Dan wordt vervolgens bij de berekening en toekenning van het aantal uren hulp bij het huishouden er rekening mee gehouden dat er geen minuten voor wasgoedverzorging ingezet hoeven te worden.
Mantelzorg heeft geen verplichtend karakter.
Een mantelzorger wordt in principe alleen op verzoek van de zorgvrager gehoord in het indicatieonderzoek. Om een mantelzorger (tijdelijk) te ontlasten, kan er een indicatie voor hulp bij het huishouden worden afgegeven. Dit wordt respijtzorg genoemd.
3.5 Bijzondere situaties
- - Probleemgezinnen
- - Een probleemgezin is een gezin waarbij er sturing nodig is door een gezinscoach omdat de ouders (tijdelijk) niet in staat zijn de (volledige) regie te voeren over het gezin. Bij de indicatiestelling wordt rekening gehouden met de al aanwezige wijze van zorgverlening. Bij indicatie wordt deskundigheid 2 (HH2) ingezet met een bijpassende klasse.
- - Overlijden geïndiceerde partner
- - Wanneer de hulpbehoevende partner overlijdt, treedt een heel nieuwe situatie in. De indicatie wordt nog tot maximaal het eind van de maand doorgezet. In de tussentijd wordt een nieuw onderzoek opgestart op naam van de achterblijvende partner. Daarbij geldt dat er bij een gezonde partner wel kan worden geïndiceerd voor het aanleren van de huishoudelijke activiteiten, maar niet meer voor het volledig overnemen van deze huishoudelijke activiteiten.
- - Dit geldt voor indicaties in natura.
- - Bij een pgb heeft er al een betaling plaatsgevonden voor het betreffende kwartaal. Er wordt met de verantwoording soepeler omgegaan in de eerste twee weken na het overlijden van de partner. Een achterblijvende partner mag van deze regeling gebruik maken. Wanneer de achterblijvende partner ervoor kiest geen gebruik te maken van deze regeling, stopt een indicatie en zal er een terugvordering plaats vinden.
- - Bij een overlijden ontstaat er een situatie waarin het College met respect en voorzichtigheid zal optreden. Omgaan met een overlijden is maatwerk bij uitstek en verdiend grote zorgvuldigheid en betrokkenheid.
- - Versnelde afhandeling
- - Hulp bij het huishouden dient binnen 24 uur ingezet te kunnen worden wanneer dit nodig is.
- - Versnelde afhandeling is aan de orde wanneer het niet uitstelbare taken betreft zoals de verzorging van kinderen of het bereiden/klaarzetten van maaltijden.
- - Tijdelijke opname in ziekenhuis
- - Wanneer het de gezonde partner betreft die normaal het huishouden voert, wordt er een tijdelijke indicatie afgegeven voor hulp bij het huishouden.
- - Wanneer het de partner of persoon betreft die hulp bij het huishouden ontvangt, loopt de indicatie door en maakt de persoon zelf afspraken met de thuiszorgorganisatie of de hulp in die periode doorloopt. Dit moet gerelateerd worden aan de gezondheid van de achterblijver en de duur van de opname.
- - Onderzoek door indicatiearts
- - Wanneer er onduidelijkheid bestaat over de gezondheidssituatie van de aanvrager of diens partner, kan er een gesprek plaatsvinden met de indicatiearts. Dit zou mogelijk kunnen zijn wanneer een partner aangeeft overbelast te zijn maar dit nog niet objectief vaststaat omdat een deskundige derde dit nog niet heeft beoordeeld.
- - Normering
- - “De omvang van de te verstrekken hulp bij het huishouden wordt afgestemd op de gezinssituatie en de medische of psychosociale situatie van de aanvrager.
- - Bij het bepalen van de omvang van de te verstrekken hulp bij het huishouden wordt rekening gehouden met de mate waarin huisgenoten van de persoon met beperkingen in staat zijn het huishoudelijke werk te verrichten [10].”
- - De te indiceren activiteiten die onder Hulp bij het Huishouden vallen zijn opgesplitst in handelingen om een op het individu gespitste indicatie te kunnen geven die past bij een leefeenheid. De (uiteindelijk te verstrekken) indicatie hulp bij het huishouden wordt naar boven afgerond op halve en hele uren.
- - Zie voor de indicering in minuten; bijlage 3 tabel normering hulp bij het huishouden.
5. Deskundigheid
De Hulp bij het Huishouden wordt geïndiceerd in één van de drie soorten deskundigheid.
Deskundigheid 1 is bedoeld voor enkel schoonmaakwerk. Deskundigheid 2 komt aan de orde wanneer er meer van een hulp gevraagd wordt dan enkel het schoonmaakwerk.
Deskundigheid 2 is aan de orde bij kindverzorging en problemen met het voeren van de regie.
Deskundigheid 3 is aan de orde wanneer er meer hulp wordt gevraagd dan deskundigheid 2.
Voornamelijk ingezet bij afwijkend gedrag, ontregelde huishouding, multiproblematiek.
- - Deskundigheid 1; Huishoudelijke werkzaamheden
- - Deze deskundigheid wordt gehanteerd voor cliënten met (uitsluitend) fysieke beperkingen op het gebied van de uitvoering van het huishoudelijke taken:
- - Licht poetswerk in huis, kamers opruimen;
- - Huishoudelijke werkzaamheden, stofzuigen, wc/badkamer schoonmaken;
- - Verzorging kleding / linnengoed.
- - Deskundigheid 2; Ontbrekende regievoering en/of verzorging kinderen
- - Deze categorie wordt gehanteerd voor cliënten met fysieke beperkingen en/of beperkingen in de sociale redzaamheid. Daardoor hebben zij een verminderd/verstoord regelvermogen met betrekking tot het voeren van het huishouden en/of de zorg voor de (kleine) kinderen van de leefeenheid.
- - De uit te voeren werkzaamheden in deze categorie bestaan naast de bovenstaande huishoudelijke werkzaamheden, uit de volgende onderdelen:
- - Opvang en/of verzorging van kinderen/volwassen huisgenoten (andere helpen met zelfverzorging);
- - Anderen helpen bij het bereiden van maaltijden;
- - Dagelijkse organisatie van het huishouden.
- - Deskundigheid 2; hulp bij ontregelde huishouding, in verband met psychische stoornissen De uit te voeren werkzaamheden in deze categorie bestaan naast de bovenstaande lichte ondersteuning in het huishouden en de huishoudelijke werkzaamheden, uit de navolgende onderdelen:
- - Psychosociale begeleiding, tevens observeren;
- - Advies, instructie, voorlichting, gericht op het huishouden.
- - Deskundigheid 2; Aanleren
- - Deze categorie wordt ook gehanteerd voor cliënten waarbij tijdelijk sprake is van een ontregelde huishouding door kennistekort. Zij zijn in staat om hun huishoudelijke taken (weer) zelf uit te voeren, nadat hen geleerd is hoe ze moeten doen. Zij krijgen bijvoorbeeld instructie over het omgaan met textielverzorging.
- - Deskundigheid 2; verminderd regelvermogen partner
- - Als de cliënt samenwoont met een partner of andere volwassen huisgenoot met beperkingen, dan wordt geadviseerd voor Hulp bij het Huishouden deskundigheid 1 als de partner/huisgenoot uitsluitend fysieke beperkingen heeft en de zorgbehoefte met betrekking tot het voeren van de huishouding kan compenseren. Als de partner/huisgenoot (ook) een verminderd/verstoord regelvermogen heeft en de zorgbehoefte met betrekking tot het voeren van de huishouding niet kan compenseren, wordt Hulp bij het Huishouden deskundigheid 2 geadviseerd.
- - Deskundigheid 3: hulp bij extreem ontregelde huishoudens
- - Veelal bij de volgende grondslagen; psychiatrie, psychosociaal (verslaving) of multiproblematiek, verstandelijke handicap, psychogeriatrie.
- - Gedrag is afwijkend, communicatie verloopt anders. Hulpverlener dient communicatie/ gedrag aan te passen op de communicatie van de klant.
- - Gedrag en stemmingen kunnen onvoorspelbaar of wisselend zijn (bv. achterdocht, angst, boos, zorgmijdend, in de war.)
- - Er is sprake van beperkingen bij het organiseren en structuren van het huishouden.
- - Bij niet inzetten van HH3 is er dreiging van verwaarlozing van het huishouden.
- - Afstemming van hulp/ ondersteuning m.b.t. het huishouden met andere hulpverleners is van belang.
6. Urenindicatie
De omvang van Hulp bij het Huishouden wordt opgebouwd in uren en minuten. Deze opgebouwde tijd wordt omgezet naar halve en hele uren tot een maximum van 40 uur per week. Er wordt afgerond op kwartieren in het voordeel van de burger.
7. Duur
De duur van de indicatie is gerelateerd aan de prognose van de ziekte / stoornissen en de daarmee samenhangende verwachte duur van de beperkingen. Als het gaat om:
- - een (progressieve) chronische ziekte / aandoening, dan wordt een duur van (maximaal) 3 jaar geadviseerd.
- - een ziekte / aandoening waarbij verbetering, volledig herstel of meer duidelijkheid over de gezondheidssituatie verwacht wordt, dan hangt de duur af van de prognose van de medische adviseur.
- - kinderen, dan wordt over het algemeen voor relatief korte duur geadviseerd (1 of 2 jaar), omdat kinderen zich vaak nog zullen ontwikkelen.
- - ouderen > 75 jaar met klasse 1 en 2, deskundigheid 1 of 2, dan wordt een duur van (maximaal) 10 jaar geadviseerd.
Bijlage 2 soorten voorzieningen
Soorten voorzieningen
Individuele voorzieningen in natura bestaan uit diverse vervoersmiddelen. De volgende voorzieningen kunnen worden onderscheiden:
- - een al dan niet aangepaste gesloten buitenwagen
- - een scootmobiel
- - een bruikleenauto
- - een ander verplaatsingsmiddel of de aanpassing van een ander verplaatsingsmiddel.
- - een driewielfiets
- - een tandem/duofiets
- - een rolstoelfiets
- - een handbike.
- - handbewogen rolstoel
- - elektrische rolstoel
- - sportrolstoel
- - aanpassingen aan rolstoel.
Bijlage 3: Normtabel indiceren hulp bij het huishouden in minuten per week
De tabel geeft de norm weer waarlangs de hoeveelheid benodigde hulp in het huishouden wordt geïndiceerd. Op de standaard norm kan een correctie plaats vinden voor in het huishouden aanwezige personen die, verdeeld in genoemde de leeftijdscategorieën, in staat worden geacht gebruikelijke zorg te verlenen.
De tabel is een indicatief instrument. De uiteindelijke indicering wordt afgestemd op de persoonlijke situatie van de belanghebbende en zijn huisgenoten.
| **Taken | Norm huishouden | Gebr. zorg | Gebr. zorg | Gebr. Zorg** |
|---|---|---|---|---|
| 18-23 | 13-18 | 5-13 | ||
| Lichte huishoudelijke taken | ||||
| Basistijd afwassen alleen bij kant en klaarmaaltijden of maaltijdservice (uitgaande van in- en uitruimen vaatwasser) | 10 | 10 | 10 | 10 |
| Afstoffen hoog en laag | 15 | 15 | ||
| Afstoffen heuphoogte | 15 | 15 | ||
| Opruimen (afval) | 10 | 10 | ||
| Planten verzorgen | 5 | 5 | ||
| Meertijd bij handmatig afwassen (geen vaatwasser) | 5 | 5 | ||
| Meertijd bij kinderen jonger dan 13 jaar of meer dan 2 personen. (Totale maximale meertijd 30 minuten). | 30 | |||
| Meertijd bij COPD in gesaneerde woning: verdubbeling van totale tijd van het afstoffen. | ||||
| Zware huishoudelijke taken | ||||
| Basistijd stofzuigen woonkamer en slaapkamer | 15 | 15 | ||
| Keuken schoonmaken | 20 | 20 | ||
| Badkamer schoonmaken inclusief toilet | 25 | 25 | ||
| Periodieke activiteiten zoals ramen lappen, koelkast schoonmaken, berging/balkon vegen e.d. | 15 | 15 | ||
| Bed verschonen (van personen van 13 jaar en ouder) | 10 | 10 | 10 | |
| Meertijd bij niet-gelijkvloerse woning (trap en hal schoonmaken). | 20 | 20 | ||
| Meertijd bij vloerbedekking stofzuigen | 5 | 5 | ||
| Meertijd voor dweilen woonkamer en slaapkamer | 15 | 15 | ||
| Meertijd voor extra slaapkamer in gebruik schoonmaken (per slaapkamer van personen van 13 jaar en ouder). | 10 | 10 | ||
| Meertijd bij tweede gebruikt toilet | 15 | |||
| Meertijd bij kinderen jonger dan 13 jaar (per kind inclusief bed verschonen en slaapkamer schoonmaken) | 30 | |||
| Meertijd voor extra beurt sanitair i.v.m. chemotherapie (verdubbeling tijd sanitair) | ||||
| COPD in gesaneerde woning (verdubbeling van de totale stofzuig en/of dweiltijd) | ||||
| Meertijd bij hulphond (stofzuigen) | 30 | |||
| Meertijd bij huisdier (alleen in acute situatie en maximaal 6 weken) | 30 | |||
| Wasverzorging | ||||
| Was in/uit wasmachine inclusief sorteren | 10 | 10 | 10 | 10 |
| Basistijd was drogen (uitgaande van wasdroger) | 5 | 5 | ||
| Was opvouwen en opruimen (extra persoon van 13 jaar en ouder, plus 15 min per week) | 15 | 15 | ||
| Beddengoed/grote textielstukken wassen (als bovenstaande zelfstandig uitgevoerd kan worden) | 15 | 15 | ||
| Meertijd was strijken (> 2 personen 15 min per week) | 15 | 15 | ||
| Meertijd was ophangen (bij afwezigheid droger, per persoon van 13 jaar en ouder) | 10 | 10 | ||
| Meertijd bij kinderen jonger dan 13 jaar, per kind | 30 | |||
| Meertijd bij overmatig transpireren, incontinentie, speekselverlies, chemo of bedlegerig | 30 | |||
| Kindverzorging bij kinderen jonger dan 13 jaar (maximaal 40 uur per week en maximaal 3 maanden) | ||||
| Luier verschonen, per keer | 5 | |||
| Wassen, per keer | 10 | |||
| Omkleden, per keer | 10 | |||
| Maaltijd brood, per keer | 35 | |||
| Maaltijd warm, per keer | 50 | |||
| Flesvoeding, per keer | 20 | |||
| Drinken, per keer | 5 | |||
| Tanden poetsen, per keer | 5 | |||
| Boodschappen doen (in uitzonderingssituaties) | ||||
| Boodschappenlijst opstellen | 10 | |||
| Boodschappenservice bellen | 10 | |||
| Boodschappen inruimen | 10 | |||
| Meertijd voor boodschappen inkopen | 40 | |||
| Meertijd bij meer dan 4 personen of kinderen jonger dan 13 jaar geeft verdubbeling van totale tijd | ||||
| Maaltijden (indien kinderen jonger dan 13 jaar: zie kindverzorging) | ||||
| Klaarzetten broodmaaltijd (per keer, maximaal 1 keer per dag) | 5 | |||
| Afruimen broodmaaltijd (per keer, maximaal 1 keer per dag) | 5 | |||
| Afwassen broodmaaltijd (per, keer, maximaal 1 keer per dag) | 5 | |||
| Opwarmen/klaar zetten warme maaltijd, per keer | 5 | |||
| Afruimen warme maaltijd, per keer | 5 | |||
| Afwassen warme maaltijd, per keer 10 | ||||
| Warme maaltijd (voor)bereiden (maximaal 3 keer per week) | 30 | |||
| Organisatie (alleen bij HH2 en HH3) | ||||
| Organisatie schoonmaakmiddelen | 10 | |||
| Aanbrengen/handhaven structuur | 10 | |||
| Instructie huishouden (maximaal 3 keer per week gedurende 6 weken) | 30 | |||
BIJLAGE 4. De ICF FUNCTIES
| **Hoofdstuk 1 Mentale functies | Hoofdstuk 3 Stem en spraak** |
|---|---|
| Algemene mentale functies | Stem |
| Bewustzijn | Articulatie |
| Oriëntatie | Vloeiendheid en ritme van spreken |
| Intellectuele functies | Alternatieve vormen van stemgebruik |
| Globale psychosociale functies | Stem en spraak, anders gespecificeerd |
| Temperament en persoonlijkheid | Stem en spraak, niet gespecificeerd |
| Energie en driften | |
| Slaap | Hoofdstuk 4 Functies van hart en bloedvatenstelsel. Hematologisch systeem, afweersysteem en ademhalingsstelsel |
| Algemene mentale functies, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd | |
| Specifieke mentale functies | Functies van hart en bloedvatenstelsel |
| Aandacht | Hartfuncties |
| Geheugen | Functies van bloedvaten |
| Psychomotorische functies | Bloeddruk |
| Stemming | Functies van hart en bloedvatenstelsel, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd |
| Perceptie | Functies van hematologisch systeem en afweersysteem |
| Denken | Functies van hematologisch systeem |
| Hogere cognitieve functies | Functies van afweersysteem |
| Mentale functies gerelateerd aan taal | Functies van hematologisch systeem en afweersysteem, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd |
| Mentale functies gerelateerd aan rekenen | |
| Bepalen sequentie bij complexe bewegingen | Functies van ademhalingsstelsel |
| Ervaren van zelf en tijd | Ademhaling |
| Specifieke mentale functies, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd | Functies van ademhalingsspieren |
| Mentale functies, anders gespecificeerd Mentale functies, niet gespecificeerd | Functies van ademhalingsstelsel, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd |
| Andere functies en gewaarwordingen van hart en bloedvatenstelsel en ademhalingsstelsel | |
| Hoofdstuk 2 Sensorische functies en pijn | Andere ademhalingsfuncties |
| Inspanningstolerantie | |
| Visuele en verwante functies | Gewaarwordingen gepaard gaande met cardiovasculaire en respiratoire functies |
| Visuele functies | Andere functies en gewaarwordingen van hart en bloedvatenstelsel en ademhalingsstelsel, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd |
| Functies van aan oog verwante structuren | Functies van hart en bloedvatenstelsel, hematologisch systeem, afweersysteem en ademhalingsstelsel, anders gespecificeerd |
| Gewaarwordingen van oog en verwante structuren | Functies van hart en bloedvatenstelsel, hematologisch systeem, afweersysteem en ademhalingsstelsel, niet gespecificeerd |
| Visuele en verwante functies, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd | |
| Hoofdstuk 5 Functies van spijsverteringsstelsel, metabool stelsel en hormoonstelsel | |
| Hoorfuncties en vestibulaire functies | |
| Hoorfuncties | Opname van voedsel |
| Vestibulaire functies | Vertering |
| Gewaarwordingen gepaard gaande met hoorfuncties en vestibulaire functies | Assimilatie |
| Hoorfuncties vestibulaire functies, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd | Defecatie |
| Pijn | Handhaving lichaamsgewicht |
| Pijngewaarwording | Gewaarwordingen verband houdend met spijsverteringsstelsel |
| Pijngewaarwording, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd | Functies van spijsverteringsstelsel, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd |
| Sensorische functies en pijn, anders gespecificeerd | |
| Sensorische functies en pijn, niet gespecificeerd | Hoofdstuk 8 Functies van huid en verwante structuren |
| Functies van metabool stelsel en hormoonstelsel | Functies van de huid |
| Pijngewaarwording, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd | Beschermende functies van huid |
| Sensorische functies en pijn, anders gespecificeerd | Herstelfuncties van huid |
| Sensorische functies en pijn, niet gespecificeerd | Andere functies van huid |
| Gewaarwording verband houdend met huid | |
| Functies van metabool stelsel en hormoonstelsel | Functies van huid, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd |
| Algemene metabole functies | Functies van huid en verwante structuren, niet gespecificeerd |
| Water-, mineraal- en elektrolytenbalans | |
| Thermoregulatoire functies | Functies van haren en nagels |
| Functies van endocriene klieren | Functies van haar |
| Functies van metabool stelsel en hormoonstelsel, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd | Functies van nagels |
| Functies van spijsverteringsstelsel, metabool stelsel en hormoonstelsel, anders gespecificeerd | Functies van haren en nagels, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd |
| Functies van spijsverteringsstelsel, metabool stelsel en hormoonstelsel, niet gespecificeerd | Functies van huid en verwante structuren, anders gespecificeerd |
| Functies van huid en verwante structuren, niet gespecificeerd | |
| Hoofdstuk 6 Functies van urogenitaal stelsel en reproductieve functies | |
| Functies gerelateerd aan urine | |
| Productie en opslag van urine | |
| Functies gerelateerd aan urinelozing | |
| Gewaarwordingen gepaard gaande met urinelozing | |
| Functies gerelateerd aan urine, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd | |
| Genitale en reproductieve functies | |
| Seksuele functies | |
| Functies gerelateerd aan menstruatie | |
| Functies gerelateerd aan voortplanting | |
| Gewaarwordingen gepaard gaande met genitale en reproductieve functies | |
| Genitale en reproductieve functies, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd | |
| Functies van urogenitaal stelsel en reproductieve functies, anders gespecificeerd | |
| Functies van urogenitaal stelsel en reproductieve functies, niet gespecificeerd | |
| Hoofdstuk 7 Functies van bewegingssysteem en aan beweging verwante functies | |
| Functies van gewrichten en botten | |
| Mobiliteit van gewrichten | |
| Mobiliteit van gewrichten | |
| Mobiliteit van botten | |
| Functies van gewrichten en botten, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd | |
| Spierfuncties | |
| Spiersterkte | |
| Spiertonus | |
| Spieruithoudingsvermogen | |
| Spierfuncties, anders gespecificeerd en niet | |
| gespecificeerd | |
| Bewegingsfuncties | |
| Motorische reflexfuncties | |
| Onwillekeurige bewegingsreacties | |
| Controle van willekeurige bewegingen | |
| Onwillekeurige bewegingen | |
| Gangpatroon | |
| Gewaarwordingen verband houdend met spieren en bewegingsfuncties | |
| Bewegingsfuncties, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd | |
| Functies van bewegingssysteem en aan beweging verwante functies, anders gespecificeerd | |
| Functies van bewegingssysteem en aan beweging verwante functies, niet gespecificeerd | |
BIJLAGE 5. De ICF ACTIVITEITEN EN PARTICIPATIE
| Hoofdstuk 1 Leren en toepassen van kennis | Gebruiken van communicatieapparatuur en -technieken |
| Communicatie, anders gespecificeerd | |
| Doelbewust gebruiken van zintuigen | Communicatie, niet gespecificeerd |
| Gadeslaan | |
| Luisteren | Hoofdstuk 4 Mobiliteit |
| Doelbewust gebruiken van andere zintuigen | |
| Doelbewust gebruiken van zintuigen, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd | Veranderen en handhaven van lichaamshouding |
| Basaal leren | Veranderen van basale lichaamshouding |
| Nadoen | Handhaven van lichaamshouding |
| Herhalen | Uitvoeren van transfers |
| Leren lezen | Veranderen en handhaven van lichaamshouding, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd |
| Leren schrijven | Dragen, verplaatsen en manipuleren van iets of iemand |
| Leren rekenen | Optillen en meenemen |
| Ontwikkelen van vaardigheden | Verplaatsen van iets of iemand met onderste extremiteiten |
| Basaal leren, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd | Nauwkeurig gebruiken van hand |
| Gebruiken van hand en arm | |
| Toepassen van kennis | Dragen, verplaatsen en manipuleren van iets of iemand, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd |
| Richten van aandacht | Lopen en zich verplaatsen |
| Denken | Lopen |
| Lezen | Zich verplaatsen |
| Schrijven | Zich verplaatsen tussen verschillende locaties |
| Rekenen | Zich verplaatsen met speciale middelen |
| Oplossen van problemen | Lopen en zich verplaatsen, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd |
| Besluiten nemen | |
| Toepassen van kennis, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd | Zich verplaatsen per vervoermiddel |
| Leren en toepassen van kennis, anders gespecificeerd | Gebruiken van vervoermiddel |
| Leren en toepassen van kennis, niet gespecificeerd | Besturen |
| Rijden op dieren als vervoermiddel | |
| Hoofdstuk 2 Algemene taken en eisen | Zich verplaatsen per vervoermiddel, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd |
| Mobiliteit, anders gespecificeerd | |
| Ondernemen van enkelvoudige taak | Mobiliteit, niet gespecificeerd |
| Ondernemen van meervoudige taken | |
| Uitvoeren van dagelijkse routinehandelingen | Hoofdstuk 5 Zelfverzorging |
| Omgaan met stress en andere mentale eisen | |
| Algemene taken en eisen, anders gespecificeerd | Zich wassen |
| Algemene taken en eisen, niet gespecificeerd | Verzorgen van lichaamsdelen |
| Zorgdragen voor toiletgang | |
| Hoofdstuk 3 Communicatie | Zich kleden |
| Eten | |
| Communiceren - begrijpen | Drinken |
| Begrijpen van gesproken boodschappen | Zorgdragen voor eigen gezondheid |
| Begrijpen van non-verbale boodschappen | Zelfverzorging, anders gespecificeerd |
| Begrijpen van formele gebarentaal | Zelfverzorging, niet gespecificeerd |
| Begrijpen van geschreven boodschappen Communiceren - begrijpen, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd | |
| Communiceren – zich uiten | Hoofdstuk 6 Huishouden |
| Spreken | |
| Zich non-verbaal uiten | Verwerven van benodigdheden |
| Zich uiten via formele gebarentaal | |
| Schrijven van boodschappen | Verwerven van woonruimte |
| Communiceren - zich uiten, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd | Verwerven van goederen en diensten |
| Verwerven van benodigdheden, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd | |
| Conversatie en gebruik van communicatieapparatuur en -technieken | |
| Converseren | Hoofdstuk 9 Maatschappelijk, sociaal en burgerlijk leven |
| Bespreken | |
| Huishoudelijke taken | Maatschappelijk leven |
| Bereiden van maaltijden | Recreatie en vrije tijd |
| Huishoudelijke taken, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd | Religie en spiritualiteit |
| Huishouden doen | Mensenrechten |
| Politiek en burgerschap | |
| Verzorgen van wat bij huishouden behoort en assisteren van andere personen | Maatschappelijk, sociaal en burgerlijk leven, anders gespecificeerd |
| Verzorgen van wat bij huishouden behoort | Maatschappelijk, sociaal en burgerlijk leven, niet gespecificeerd |
| Assisteren van andere personen | |
| Verzorgen van wat bij huishouden behoort en assisteren van andere personen, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd | |
| Huishouden, anders gespecificeerd | |
| Huishouden, niet gespecificeerd | |
| Hoofdstuk 7 Tussenmenselijke interacties en relaties | |
| Algemene tussenmenselijke interacties | |
| Basale tussenmenselijke interacties | |
| Complexe tussenmenselijke interacties | |
| Omgaan met onbekenden | |
| Formele relaties | |
| Informele sociale relaties | |
| Familierelaties | |
| Intieme relaties | |
| Bijzondere tussenmenselijke relaties, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd | |
| Tussenmenselijke interacties en relaties, anders gespecificeerd | |
| Tussenmenselijke interacties en relaties, niet gespecificeerd | |
| Hoofdstuk 8 Belangrijke levensgebieden | |
| Informele opleiding | |
| Voorschoolse opleiding | |
| Schoolse opleiding | |
| Beroepsopleiding | |
| Hogere opleiding | |
| Opleiding, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd | |
| Beroep en werk | |
| Werkend leren | |
| Verwerven, behouden en beëindigen van werk | |
| Betaald werk | |
| Onbetaald werk | |
| Beroep en werk, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd | |
| Economisch leven | |
| Basale financiële transacties | |
| Complexe financiële transacties | |
| Economische zelfstandigheid | |
| Economische leven, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd | |
| Belangrijke levensgebieden, anders gespecificeerd | |
| Belangrijke levensgebieden, niet gespecificeerd | |
BIJLAGE 6: CAS CODES
| **CAS-Code | Aandoeningen | Voorbeelden van ziektebeelden** |
|---|---|---|
| A codes | aandoeningen niet elders geclassificeerd | Koorts, pijn, malaise en vermoeidheid |
| B codes | ziekte van bloed en bloedvormende organen | Ziekte van Hodgkin, leukemie, letsel van milt of andere bloedvormende organen, stollingsstoornis, bloedarmoede |
| C codes | ziekten van hart en vaatstelsel | Verhoogde bloeddruk, hartritmestoornissen, aangeboren afwijkingen hart en vaatstelsel, hartfalen, hartinfarct, syndroom van Reynaud, letsel van vaatstelsel, ziekte van bloedvaten in hersenen |
| D codes | ziekten van huid en subcutis | Nieuwvormingen van de huid, aangeboren afwijking van de huid, schimmelinfecties of ontstekingen van de huid, brandwonden, letsel van de huid, psoriasis, eczeem |
| E codes | endocriene ziekten | Diabetes, nieuwvormingen van endocriene klieren (zoals hypofyse of schildklier), aandoeningen van endocriene klieren |
| G codes | aandoeningen door zwangerschap, bevalling en kraambed | Complicaties door zwangerschap, bevalling of kraambed zoals bekkeninstabiliteit |
| H codes | ziekten van oor en processus mastoideus | Oorklachten, nieuwvormingen van oor of mastoideus, aangeboren afwijkingen oor of masotideus, trauma aan oor of mastoideus, ziekte van Meniere, gehoorverlies |
| L codes | ziekten van botspierstelsel | Rugklachten, gerichtsklachten, spierpijn, fracturen, nieuwvormingen van bot, spier en bindweefsel, aandoeningen van bot, spier en bindweefsel, aangeboren afwijkingen van bot, spier en bindweefsel, ontstekingen van bot, spier en bindweefsel, amputatie, wiplash, ziekte van Bechterev, stenose, discopathie, radiculopathie, reuma, reumatoide artritis, artrose, osteoperose, osteomyelitis, kraakbeenaandoeningen, ziekte van Dupuytren, Fybromyalgie |
| N codes | ziekten van zenuwstelsel | Duizeligheid (niet Meniere), tremoren, gevoelsstoornissen, nieuwvormingen van zenuwstelsel, aangeboren afwijkingen van zenuwstelsel, hersenen of ruggenmerg, infecties van zenuwstelsel, hersenen of ruggenmerg, gevolgen van poliomyelitis, letsel van zenuwstelsel, hersenen of ruggenmerg, ziekte van Parkinson, MS,TIA, Epilepsie, Migraine, Carpaal-tunnelsyndroom, neropathie, ME |
| P codes | psychische aandoeningen en gedragsstoornissen | Spanningsklachten, slaapstoornis, somatoforme stoornissen, rouw, burn-out, stress-stoornis, paniekstoornis, angststoornis, fobieën, persoonlijkheidsstoornissen (zoals: schizofrenie of borderline), stemmingsstoornissen, gedragsstoornissen door alcohol of drugsgebruik, psychose, dwangstoornis, eetstoornis, gokverslaving |
| R codes | ziekten van ademhalingsstelsel | Hoesten, klachten aan luchtwegen, nieuwvormingen van ademhalingsstelsel, Tubercolose, klaplong, letsel van ademhalingsstelsel, longaandoningen (Astma, COPD, Emfyseem, Bronchitis, longontsteking) |
| S codes | ziekten van spijsverteringsstelsel | Misselijkheid, zuurbranden, geelzucht, problemen met ontlasting, nieuwvormingen van spijsverteringsstelsel, aangeboren afwijkingen van spijsverteringsstelsel, hepatitis, wormziekte, aandoeningen aan maag, lever, galblaas of pancreas, aandoeningen van gebit, navelbreuk, blindedarmontsteking, ziekte van Crohn, Colitis ulcerosa, prikkelbare darmsyndroom |
| U codes | ziekten van urogenitaal stelsel | Incontinentie, nieuwvormingen van nieren of urinewegen, nieuwvorming van geslachtsorganen, aangeboren afwijking van urogenitaal stelsel, geslachtsziekte, letsel van urogenitaal stelsel, nierfalen, prostaataandoeningen, vruchtbaarheidsproblemen, stoornissen door menopauze, klachten van urogenitaal stelsel |
| V codes | ziekten van oog en adnexen | Nieuwvormingen van oog en adnexen, aangeboren afwijkingen van oog en adnexen, visuele beperkingen, netvliesloslating, trauma van oog en adnexen, glaucoom |