1. De uitbetaling van bekostiging van de kosten voor openbaar vervoer van de leerling (en eventueel van een begeleider) vindt achteraf plaats aan het eind van iedere maand waarop aanspraak bestaat op de bekostiging, met dien verstande dat de eerste betaling niet voor september plaatsvindt en de laatste betaling in juni van het schooljaar plaatsvindt. 2. In bijzondere gevallen kan op verzoek van de ouders bekostiging op een eerder tijdstip plaatsvinden. 3. Indien het vermoeden bestaat dat de bekostiging voor andere doeleinden dan het vervoer van de leerling wordt gebruikt, kan het college de bekostiging doen toekomen aan een ander dan de ouders (bijvoorbeeld de school of hulpverleningsinstantie). 4. Indien de leerling verwijtbaar verzuimt van school, wordt over de dagen dat sprake is van verzuim, geen bekostiging verstrekt dan wel wordt de bekostiging over die dagen teruggevorderd of verrekend.