1. Op aanvraag van de ouders wordt bij de toepassing van het drempelbedrag uitgegaan van het inkomen van een ander, recenter jaar, dan het inkomen over het tweede jaar voorafgaande aan het schooljaar waarvoor de bekostiging wordt gevraagd, indien:
a. sprake is van een terugval in inkomen over het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de bekostiging wordt gevraagd, in welk geval wordt uitgegaan van het jaar voorafgaande aan het schooljaar waarvoor de bekostiging wordt vastgesteld; of
b. sprake is van een terugval in inkomen over het jaar waarvoor de bekostiging wordt vastgesteld, in welk geval wordt uitgegaan van het jaar waarvoor de bekostiging wordt vastgesteld. 2. Voor voogdijinstellingen die als ‘ouder’ kunnen worden aangemerkt en een aanvraag voor een leerling hebben ingediend, geldt geen drempelbedrag omdat zij geen natuurlijke persoon zijn en derhalve geen inkomen in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting hebben.