**1.** De belanghebbende aan wie het college een voorziening aanbiedt is verplicht hiervan gebruik te maken.
**2.** De belanghebbende is, indien van toepassing, verplicht mee te werken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de Wet werk en bijstand;
**3.** De belanghebbende is verplicht mee te werken aan een onderzoek naar zijn mogelijkheden tot arbeidsinschakeling waaronder het onderzoek als bedoeld in artikel 5.
**4.** De belanghebbende is verplicht naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijke nuttige activiteiten te verrichten die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.
**5.** Onverminderd de verplichtingen die gelden op grond van de wet, of van andere wetten, gelden voor de belanghebbende de volgende verplichtingen:
a. het op verzoek van het college dan wel het uit eigen beweging verstrekken van inlichtingen die nodig zijn voor het uitvoeren van deze verordening;
b. het naar vermogen deelnemen aan de aangeboden voorziening;
c. na te laten hetgeen deelname aan de aangeboden voorziening belemmert.
**6.** Het gebruik maken van een voorziening ontslaat de belanghebbende niet van de verplichting om naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en te aanvaarden, tenzij hiervoor ontheffing is verleend.
**7.** Indien de belanghebbende die gebruik maakt van een voorziening niet voldoet aan het gestelde in dit artikel als gevolg waarvan het traject wordt beëindigd, kan het college de kosten van de voorziening dan wel de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen.
**8.** De verplichtingen worden aan de belanghebbende bij besluit medegedeeld.