**1.** Bij de inzet van voorzieningen kiest het college voor voorzieningen die beschikbaar, adequaat en toereikend zijn voor het doel dat wordt beoogd.
**2.** Het doel van de inzet van voorzieningen is het bevorderen van arbeidsinschakeling door het opdoen van werkervaring en arbeidsritme, het aanleren van vaardigheden en kennis, dan wel op een andere wijze vergroten van persoonlijke en maatschappelijke zelfredzaamheid.
**3.** Het college legt de aangeboden voorzieningen in een re-integratietraject of, indien van toepassing voor belanghebbenden jonger dan 27 jaar, in een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de Wet werk en bijstand, vast.
**4.** Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden.
**5.** Het college kan een voorziening beëindigen:
a. indien de belanghebbende die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 van de Wet werk en bijstand, artikel 37 Ioaw/Ioaz of
artikel 6 van deze verordening niet nakomt;
b. indien de belanghebbende die deelneemt aan de voorziening niet meer behoort tot de doelgroep van de wet of deze verordening;
c. indien de belanghebbende algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening;
d. indien de belanghebbende een aanbod om algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden weigert;
e. indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een doeltreffende en doelmatige arbeidsinschakeling.
**6.** Het college kan nadere uitvoeringsregels stellen ten aanzien van de voorzieningen, bedoeld in artikel 8 tot en met 13 van deze verordening.
**7.** Er kunnen geen voorzieningen worden ingezet als de concurrentieverhoudingen onverantwoord worden beïnvloed of waarbij verdringing van reguliere werknemers bestaat.
Hoofdstuk 3
Artikel 7
Algemene bepalingen over voorzieningen
Onderdeel van Re-integratieverordening gemeente Waalre 2013