Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5.

Artikel 19.

Eigen bijdrage, eigen aandeel en ritbijdrage.

Onderdeel van WMO-verordening Zoetermeer 2013

Lid 1. Bij het verstrekken van een individuele voorziening is een eigen bijdrage of een eigen aandeel verschuldigd ten aanzien van de volgende resultaten: het normaal gebruik kunnen maken van de woning; het kunnen beschikken over een schoongehouden woning; het kunnen beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften; het kunnen beschikken over schone kleding en ander noodzakelijk textiel; het ook thuis kunnen (laten) zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren; het zich kunnen verplaatsen in en om de woning, voor zover het geen rolstoel betreft; het zich lokaal kunnen verplaatsen per vervoermiddel; de mogelijkheid hebben om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan maatschappelijke activiteiten. Lid 2. Het college legt in het Besluit de maximale omvang van de eigen bijdrage en van het eigen aandeel vast, met inachtneming van het landelijke Besluit maatschappelijke ondersteuning (Stb. 2006, 450). Lid 3. Bij toekenning van het recht op gebruik van collectief vervoer tegen gereduceerd tarief is een ritbijdrage verschuldigd per verreden zone. De hoogte van het bedrag van deze ritbijdrage wordt door het college in het Besluit vastgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel