Lid 1.
Het tweede te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het kunnen wonen in een woning die schoongehouden is.
Lid 2.
Met het oog op het schoonhouden van de woning kan een individuele voorziening getroffen worden voor het lichte en/of het zware huishoudelijke werk.
Lid 3.
Indien de belanghebbende één of meer huisgenoten heeft die in staat zijn werkzaamheden over te nemen wordt dit eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld als mogelijkheid om het in lid 1 bedoelde resultaat te bereiken.
Lid 4.
Indien en voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van andere aanwezige en bruikbare voorliggende, algemeen gebruikelijke, algemene of collectieve voorzieningen, die in de individuele situatie van de belanghebbende kunnen leiden tot het te bereiken resultaat worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld op hun geschiktheid om het in lid 1 genoemde resultaat te bereiken.
Lid 5.
Voor zover de in lid 3 en lid 4 genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.
HOOFDSTUK 4. › Paragraaf 3.
Artikel 7.
Beschikken over een schoongehouden woning
Onderdeel van WMO-verordening Zoetermeer 2013