Lid 1.
Het eerste te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het normaal gebruik kunnen maken van de woning waarover men beschikt.
Lid 2.
Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van de bereikbaarheid, toe- en doorgankelijkheid en bruikbaarheid van de woning.
Lid 3.
Voor zover de belanghebbende kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning, welke verhuizing kan leiden tot het te bereiken resultaat, zal deze mogelijkheid eerst beoordeeld worden om het in dit artikel bedoelde resultaat te bereiken. Deze beoordeling vindt alleen plaats indien de kosten van aanpassing van de woning het in het Besluit genoemde bedrag te boven gaan.
Lid 4.
Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheid beschikbaar en bruikbaar is, worden geen individuele voorzieningen verstrekt. Een tegemoetkoming in verhuis- en herinrichtingskosten kan dan wel verstrekt worden.
Lid 5.
Een tegemoetkoming in verhuis- en herinrichtingskosten wordt niet verstrekt indien:
de verhuizing heeft plaatsgevonden voordat de aanvraag is ingediend , tenzij daarvoor door het college schriftelijk toestemming is verleend;
de aanvrager voor het eerst zelfstandig gaat wonen;
de aanvrager verhuist vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is om het hele jaar door bewoond te worden;
de aanvrager verhuist naar een AWBZ-instelling of naar een andere op zorgverlening gerichte instelling;
de kosten voor het opheffen van de in de te verlaten woonruimte ondervonden beperkingen lager zijn dan het bedrag van de tegemoetkoming in verhuis- en herinrichtingskosten;
de aanvrager verhuist naar een woning in de gemeente Zoetermeer vanuit een andere gemeente;
de nieuwe woonruimte niet adequaat is en er problemen worden ondervonden bij het normale gebruik van de woning.
Lid 6.
De belanghebbende, die als eigenaar-bewoner krachtens deze Verordening dan wel de daaraan voorafgaande Verordening een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget voor de kosten van een woningaanpassing heeft ontvangen, welke aanpassing heeft geleid tot waardestijging van de woning, en die binnen een periode van tien jaar na de datum van gereedmelding van de werkzaamheden de woning verkoopt, is gehouden om binnen een week na het passeren van de overdrachtsakte het college hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen.
Lid 7.
De in lid 6 bedoelde eigenaar dient bij verkoop van de woning binnen 10 jaar na de aanpassing de kosten van de woonvoorziening, minus de afschrijvingskosten en eigen bijdrage dan wel eigen aandeel in de kosten, terug te betalen aan de gemeente Zoetermeer, indien de aanpassing heeft geleid tot waardevermeerdering van de woning.
Lid 8.
Het college stelt in het Besluit nadere regels voor de in lid 7 bedoelde terugbetaling.
Lid 9.
De bepalingen van dit artikel zijn gericht op zelfstandige woonruimten en zijn niet van toepassing op het treffen van voorzieningen aan hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen, kamerverhuur en specifiek op gehandicapten en ouderen gerichte woongebouwen voor wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten of voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie meegenomen kunnen worden.
Lid 10.
Individuele woonvoorzieningen worden niet verstrekt:
indien de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning ten gevolge van beperkingen, psychosociale problemen of chronische psychische problemen geen aanleiding bestond en er geen andere dringende reden voor de verhuizing aanwezig was;
indien de aanvrager niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het college;
voor zover de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen;
voor zover de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw.
Lid 11.
Een woonvoorziening wordt slechts verleend indien de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woonruimte waaraan de voorziening wordt getroffen.
In afwijking van het gestelde onder a. kan een woonvoorziening getroffen worden voor het bezoekbaar maken van één woonruimte indien de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft in een AWBZ-instelling.
De aanvraag voor het bezoekbaar maken wordt ingediend in de gemeente waar de aan te passen woning staat.
De woonvoorziening betreft slechts het bezoekbaar maken van de onder b. bedoelde woonruimte, met een in het Besluit vast te leggen maximumbedrag.
Onder bezoekbaar maken wordt uitsluitend verstaan het middels een woonvoorziening bewerkstelligen dat de aanvrager de woonruimte, de woonkamer en een toiletvoorziening kan bereiken en gebruiken.
HOOFDSTUK 4. › Paragraaf 3.
Artikel 6.
Normaal gebruik kunnen maken van de woning
Onderdeel van WMO-verordening Zoetermeer 2013