Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van
welstand mag worden verwacht dat materiaal, textuur, kleur
en licht het karakter van het bouwwerk zelf ondersteunen en
de ruimtelijke samenhang met de omgeving of de te verwachten
ontwikkeling daarvan duidelijk maken. Door middel van
materialen, kleuren en lichttoetreding krijgt een bouwwerk
uiteindelijk zijn visuele en tactiele kracht: het wordt
zichtbaar en voelbaar. De keuze van materialen en kleuren is
tegenwoordig niet meer beperkt tot wat lokaal aan materiaal
en ambachtelijke kennis voorhanden is. Die keuzevrijheid
maakt de keuze moeilijker en het risico van een
onsamenhangend beeld groot. Als materialen en kleuren teveel
los staan van het ontwerp en daarin geen ondersteunende
functie hebben maar slechts worden gekozen op grond van
decoratieve werking, wordt de betekenis ervan toevallig en
kan de materiaal- en kleurkeuze afbreuk doen aan de
zeggingskracht van het bouwwerk. Dit is bijvoorbeeld het
geval wanneer het gebruik van materialen en kleuren geen
ondersteuning geeft aan de architectonische vormgeving of
wanneer het gebruik van materialen en kleuren een juiste
interpretatie van de aard en de ontstaansperiode van het
bouwwerk in de weg staat.
deel B › Paragraaf 3
Artikel 3.6
Materiaal, textuur, kleur en licht
Onderdeel van Welstandsnota 2011