Veenendaal is gesticht in de tweede helft van de 16de eeuw
na de aanleg van de Grift (de Bisshop Davidgrift). Richting
de Grift, loodrecht op de hoogtelijnen, werden de sloten
(wijken) gegraven. Bewoning vond plaats langs deze
waterlopen. Ook de oorspronkelijke ontsluiting volgde het
water. De Grift diende als vaarroute voor de winning van
turf. Aan het eind van de 17e eeuw had Veenendaal een
lineaire, volledig op de turfwinning geënte structuur
(veenkolonie). Tot halverwege de 19de eeuw zijn er
nauwelijks verschillen met de ruimtelijke structuur in de
ontstaansperiode. De Veenendaalse bevolking groeide sterk in
de tweede helft van de 19de eeuw als gevolgd van de
industriële expansie (textiel- en later tabaksindustrie).
Aan de Kerkewijk stonden grote fabrieksgebouwen en in de
nabijheid van de fabrieken werden arbeiderswoningen gebouwd.
Meer zuidelijk langs de Kerkewijk woonde de elite in
villa's. De spoorverbinding Amersfoort - Kesteren kwam er in
1866. De wegenstructuur werd tot aan de Tweede Wereldoorlog
vrijwel geheel bepaald door de oude, gedeeltelijk gedempte
griften en wijken. Na 1945 groeide de bevolking snel en
werden tussen 1950 en 1970 een groot aantal nieuwe
woonwijken en -buurten gebouwd: eerst zuidwest en westelijk
van het centrum, dan een grote woonwijk in het oosten,
Dragonder. Ook komt er een industrieterrein, het Ambacht. In
de periode 1960-1980 zijn veel hoogbouwflats in Veenendaal
gebouwd. Eind zeventiger jaren is de sprong over de
Rondweg-West gemaakt, en is Veenendaal-West ontstaan.
Gelijktijdig werden er inbreidingsplannen gerealiseerd op de
vrijgekomen fabrieksterreinen. Vanaf 1980 vestigt zich
hoogwaardige industrie (de Compagnie en de Faktorij) in het
noorden van de stad, langs de snelweg A12. Vanaf 1980 tot
heden breidt de woningbouw zich verder uit: eerst werd
Veenendaal-West afgemaakt, daarna zijn Petenbos en de
Gelderse Blom gebouwd. Met het realiseren van de woonwijk
Veenendaal-Oost zal de gemeente haar grenzen naderen.
Ondertussen zet de inbreiding zich voort, met name in het
centrum van Veenendaal.